Doorzoek alle bundels


Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)

Bijdrage: Talige startcompetenties voor hoger onderwijs (Wilma van der Westen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5. Hoger onderwijs

Het Platform beschouwt een standaard beginniveau van taalvaardigheid voor het hoger onderwijs als de noodzakelijke basis van een instellingsbreed taalbeleid. De beschrijving “Talige startcompetenties voor hoger onderwijs” omvat de taalvaardigheid die nodig is voor de studie.

2. Behoefte aan een beschrijving

De behoefte aan een beschrijving is gelegen in de heterogeniteit van de instroom en de veranderde positie van taal in de huidige maatschappij (De Vries & van der Westen 2008). Hieronder een korte samenvatting van beide onderwerpen.

 

De heterogeniteit van de groep instromende studenten en de toenemende mobiliteit – ook in schoolloopbanen – vergroten de behoefte om de gewenste talige startcompetenties te beschrijven. Studenten komen langs verschillende wegen en met verschillende achtergronden het hoger onderwijs binnen. Wat betreft hun vooropleiding, zien we de volgende verschillen. De student met een diploma van het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) heeft een eindexamen gedaan voor het vak Nederlands, maar in de bovenbouw van het havo wordt vaak onvoldoende tijd en aandacht geschonken aan schrijfvaardigheid, zodat er onvoldoende aansluiting is bij wat het hbo op het gebied van taalbeheersing van studenten verwacht (Bonset 2008). De taalvaardigheid van studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) stelt hen voor grote problemen bij de aanvang van hun studie in het hbo, omdat in elke opleiding hoge eisen worden gesteld aan de taalbeheersing van studenten, zowel aan hun schrijfvaardigheid als aan hun lees- en spreekvaardigheid (Inspectie van het Onderwijs 2006). Daarnaast hebben verschillende studenten hun vooropleiding in een andere taal gevolgd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan tweetalig of Engels voortgezet onderwijs of aan een schoolloopbaan in het buitenland.

Niet alleen de vooropleiding, maar ook de afkomst, kan verschillen. Een toenemend aantal studenten komt namelijk uit gezinnen waar het Nederlands niet de voertaal is. Kortom: opleidingen in het hoger onderwijs kennen een heel heterogene groep studenten, ook op het gebied van het niveau van taalbeheersing. Dat geldt eveneens voor universiteiten, hoewel de heterogeniteit van de instroom daar tot nu toe iets minder groot is dan in het hbo.

 

De geconstateerde taalproblemen zijn vooral geconcentreerd op het terrein van de schrijfvaardigheid (Bonset 2008). Spelling, grammatica en woordenschat zijn ondersteunend voor schrijfvaardigheid. Over het algemeen heerst er een redelijke mate van tevredenheid over het niveau van de spreekvaardigheid en de leesvaardigheid van studenten. De klachten over de gebrekkige schrijfvaardigheid van studenten richten zich in eerste instantie op de gebrekkige beheersing van spelling en grammatica. Bij nadere beschouwing blijkt er echter vaak meer aan de hand te zijn: de slechtlopende zin-

5

181