taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)


Bijdrage: Brieven als buit: op zoek naar ons taalverleden in 17e- en 18e- eeuwse brieven (Judith Nobels & Tanja Simons)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

7. Taal- en letterkunde

door alle papieren en correspondentie aan boord in beslag te nemen, zodat de ‘high court of admiralty’ kon nagaan of het schip wel degelijk een vijandelijk schip was. Ook de brieven van de bemanning en alle post die het schip vervoerde, werden in beslag genomen om mogelijk interessante geheime informatie te onderscheppen. Na de rechtsgang, sloeg de ‘high court of admiralty’ alle paperassen zorgvuldig op en de legendarische bewaarzucht van de Engelsen zorgde ervoor dat ze nooit vernietigd of weggegooid werden. Wat voor de kapers van toen maar bijzaak was, is voor geschiedkundigen en de historisch taalkundigen van vandaag een fabelachtige schat geworden.

De brieven zijn immers ook materiaal voor sociaal-historici die niet zozeer de daden van slechts enkele ‘grote mannen’ van de politieke geschiedenis bestuderen, maar die geïnteresseerd zijn in het dagelijkse leven van mannen, vrouwen en kinderen uit alle lagen van de samenleving. En daar vertellen privébrieven met nieuwtjes en roddeltjes en zakelijke brieven met rekeningen veel over. De privébrieven zijn zogenaamde ‘egodocumenten’ (i.e. documenten waarin de schrijver als persoon aan het woord komt en zijn leefwereld beschrijft). Andere egodocumenten zijn bijvoorbeeld dagboeken. De brieven bieden ook aan taalkundigen een kans om op een andere manier naar de taalgeschiedenis te kijken. Tot voor kort was het bronnenmateriaal voor de geschiedenis van het Nederlands voornamelijk beperkt tot gedrukte teksten, die meestal geschreven zijn door mannen uit de hoogste regionen van de samenleving: dichters, schrijvers en politici. Het is duidelijk dat die bronnen een eenzijdig beeld geven van het Nederlands uit de 17e en de 18e eeuw. Het register waarin een dichter een sonnet neerpende, is immers vast niet gelijk aan het register dat hij gebruikte om met zijn vrouw over het huishouden te praten, laat staan aan de taal waarin een visverkoopster uit die tijd haar waar aan de man probeerde te brengen. Nu kunnen taalkundigen met de duizenden privébrieven in the National Archives ook die andere registers bestuderen en het Nederlands in een ander perspectief zien, namelijk vanuit ‘the language history from below’.

Die andere taalgeschiedenis willen wij in het onderzoeksproject ‘Brieven als Buit’ aan het licht brengen. Brieven als Buit is een vijfjarig onderzoeksprogramma, gesubsidieerd door NWO, dat wordt uitgevoerd aan de Universiteit Leiden, onder leiding van prof. dr. Marijke van der Wal. Een paar van onze onderzoeksvragen zijn:

  • Verschilde het taalgebruik van mannen en vrouwen?

  • Is het taalgebruik van mensen met een lagere sociale status anders dan dat van mensen uit de middelste of hoogste regionen van de samenleving?

  • Hoe evolueerde het Nederlands in de 17e en de 18e eeuw?

  • Hoe schreven mensen een brief in naam van iemand die niet kon schrijven?

  • ...

7

229

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties