taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)


Bijdrage: Talen leren en talensensibilisering: beroep doen op de kracht van de verbeelding (Hilde De Smedt)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

DRIEËNTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

zekere ‘voorbestemdheid’ om goed of slecht meertalig te worden, wat vooral verbonden was met sociale achtergrond.

Vanaf de jaren 1940 (zie o.a. Spoerl 1943 ; Bossard 1945) groeit er een nieuwe visie die stelt dat het emotionele onevenwicht (ook anomie genoemd) bij meertaligen mogelijk wordt veroorzaakt door de omgeving en niet door een intern emotioneel conflict. Vanaf dat ogenblik ligt de weg open voor allerlei modellen met betrekking tot taal leren.

Vanaf de jaren 1950 wordt die visie verder opengetrokken. Aandacht voor de invloed van de sociaaleconomische status blijft, maar er ontstaan meer dynamische modellen. Factoren zoals de invloed van gevoelens, attitudes en motivationele elementen treden op de voorgrond.

Vanaf de jaren 1980 is er opnieuw evolutie in de benaderingsmodellen van waaruit men het meertalig leerproces bekijkt. Die evolutie kan worden toegeschreven aan nieuwe visies en andere onderzoeksmethodes, maar ook het onderwerp van studie is veranderd. Terwijl men in de vorige periode vooral inzoomde op de invloed van ervaringen – en dus het verleden – krijgt nu het toekomstgerichte zelfbeeld meer aandacht.

We focussen hier verder op de laatste twee periodes: de periode vanaf de jaren 1950 en de periode vanaf eind jaren 1980. Die maken ons immers duidelijk waarom talensensibilsering juist vandaag op de voorgrond komt.

3. Taalleren in de context van de jaren 1950 tot begin jaren 1980 3.1. Wat leren we en waarom?

Men leert een taal met de bedoeling om binnen een groep moedertaalsprekers te kunnen functioneren en opgenomen en/of geaccepteerd te kunnen worden. Vaak gebeurt dat vanuit een migratieperspectief of, omdat binnen landsgrenzen meerdere officiële talen(gemeenschappen) zijn waarbinnen men zich moet kunnen bewegen. Talen worden in de eerste plaats beschouwd als op zichzelf staande systemen die men onder de knie moet krijgen. Men concentreert zich op het leren van woordenschat, grammatica en uitspraak.

3.2. Wat zijn de vereiste vaardigheden?

  • goede taalvaardigheid in de betreffende taal;

  • zogenoemde interculturele vaardigheden (openheid en respect), toegespitst op specifieke groepen.

24

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties