taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)


Bijdrage: Taalsgrift: wei make cheen vaute! (Ellen Koemans & Anne-Marie van der Meer)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2. Taalonderwijs van 12-18

Het instrument noemden we Taalschrift. Het werd een boekje op zakformaat met tips, ezelsbruggetjes en lijstjes met dingen die handig zijn om te weten. Bij het overleg kwamen de volgende overwegingen naar voren:

  • je zou een indeling aan kunnen houden per vak, maar ook per onderdeel;

  • elk vak zou tips kunnen aanleveren, zodat het meer een vaardighedenboekje zou worden;

  • je zou ook studievaardigheden die met taal te maken hebben kunnen opnemen: hoe is een tekst opgebouwd? Hoe maak je een samenvatting? Hoe leer je woordjes?;

  • je zou kunnen werken met een rood lijstje (veel gemaakte fouten) en een groen lijstje (oplossingen en hoe het wel moet);

  • het zou een opzoekboekje moeten worden, dus leerlingen mogen het altijd gebruiken in de les, uitgezonderd bij toetsen.

Duidelijk was dat het schrift overzichtelijk moest worden vormgegeven en dat docenten er niet alleen achter moeten staan, maar het ook zelf moeten gebruiken!

Opnieuw bleek de inbreng van collega’s onontbeerlijk, want van tevoren moest geïnventariseerd worden wat fout ging op tekst-/taalgebied bij de verschillende vakken en moest vastgelegd worden van welke termen in elk vak gebruik wordt gemaakt: een samenvatting bij aardrijkskunde is meestal niet hetzelfde als een samenvatting bij Nederlands.

4. Invoer en gebruik

Docenten zijn vaak niet eenvoudig te overtuigen. Sommige collega’s voelden zich aangevallen, bijvoorbeeld toen gesproken werd over het formuleren van toetsvragen, anderen zagen het nut niet in van ‘alweer iets nieuws’ en nog anderen ‘hadden het al zo druk’. Kortom: we moesten het hebben van de groep gemotiveerde collega’s, die zich langzaam maar zeker zou gaan uitbreiden. Toch kregen alle collega’s de vraag om de belangrijke begrippen voor hun vak op te schrijven, vooral met het oog op het gebruik van de begrippen (met een andere betekenis) bij de andere vakken. De begrippen vormden de basis van het nieuwe Taalschrift: de begrippenlijst. De begrippenlijst was dan wel een begin, maar er moest nog meer bij: bijvoorbeeld uitleg van de spellingregels en hoe het schoolstappenplan er nou eigenlijk uitziet. Want dat het bij alle vakken gebruikt wordt, is één, maar zien leerlingen dat inderdaad bij alle vakken terugkomen?

Na een jaar brainstormen, inventariseren en nadenken over de vormgeving lag het Taalschrift eindelijk bij de drukker. Het was inderdaad een naslagwerk geworden, een

2

49

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties