taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)


Bijdrage: WelgeZINd? De eerste stelproducten van jonge Nt2-leerlingen (Lieve Verheyden)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1. Basisonderwijs

2. Zeven kwaliteitskenmerken van narratieve teksten onder de loep

1

In tweemaal 217 schrijfproducten, geschreven door basisschoolleerlingen bij het begin en aan het einde van het schooljaar, onderzoeken we hoe 7 kwaliteitskenmerken van de tekst in de loop van één jaar evolueren. De leerlingen zitten in de 3e of 4e klas (groep 5/6) van 7 Vlaamse scholen met een groot aantal GOK-doelgroepleerlingen1, d.w.z. leerlingen die wegens de sociaal-economische status van hun ouders en/of wegens hun thuistaal moeilijker te onderwijzen zijn, waardoor de school meer middelen krijgt om hen te ondersteunen. Aan de leerlingen is gevraagd om het verhaal van een (woordenloze) strip schriftelijk (na) te vertellen aan een lezer die de inhoud van de strip niet kent. Elk van de tekstjes is ontleed op basis van de volgende zeven kenmerken: ‘communicatieve effectiviteit’, ‘inhoudelijke precisie’, ‘lexicale rijkdom’, ‘gemiddelde zinscomplexiteit’, ‘correctheid op zinsniveau’, ‘correctheid voor wat betreft de spelling’, en ‘referentiële cohesie’.

De analyses van de data leren ons dat:

  • de teksten voor alle kwaliteitskenmerken gemiddeld significant beter worden in de loop van een schooljaar en dat de teksten van het 4e leerjaar significant kwaliteitsvoller zijn dan de teksten van het 3e leerjaar;

  • de kwaliteitskenmerken met verschillende snelheden evolueren: lexicale rijkdom, communicatieve effectiviteit, inhoudelijke precisie en spelling evolueren het snelst; referentiële cohesie het traagst, en de twee kenmerken op zinsniveau (gemiddelde lengte en correctheid) evolueren met een gemiddelde snelheid;

  • de verschillen tussen teksten van verschillende leeftijdgenoten ontzettend groot zijn, zowel bij de aanvang van het leerjaar als aan het einde: voor sommige kenmerken is de kloof meer dan anderhalf jaar;

  • vooral thuistaal en klassamenstelling de resultaten voorspellen: de teksten van leerlingen die thuis Turks praten en tot klasgroepen behoren met voornamelijk Turkse leerlingen zijn kwalitatief het zwakst.

3. Differentiële leerwinst voor elk van de zeven kwaliteitskenmerken

De tekstschrijvers in ons onderzoek zijn leerlingen uit het 3e en 4e leerjaar. Tussen de 2 toetsmomenten (het begin en het einde van het schooljaar) zit een schooljaar waarbinnen er zeker ook aandacht naar schriftelijke taalvaardigheid is gegaan. Alle betrokken leerkrachten vermeldden dat ze heel wat tijd aan spelling hadden besteed en dat ze ook tijd hadden gemaakt voor de stelopdrachten uit het taalboek. Ze gaven echter ook toe dat niet alle stelopdrachten van het handboek aangeboden werden. Onze data geven ons nu de kans om na te gaan wie van de leerlingen het meest van het taal-/schrijfonderwijs geprofiteerd heeft. Het Vlaamse GOK-beleid streeft er immers naar om met behulp van extra middelen de ongelijke start van leerlingen deels te compen-

5

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties