taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 23 | Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2009)


Bijdrage: Naar een doorlopende leerlijn presenteren van de brugklas tot het examen (Atty Tordoir & Klaas Heemskerk)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2. Taalonderwijs van 12-18

De niveaubeschrijving voor het subdomein ‘spreken’ uit het rapport Over de drempels met taal werd mede aan de hand van een aantal voorbeeldfilmpjes van andere scholen besproken. Hoewel de beschrijvingen op zich wel herkenbaar waren, riepen ze ook een aantal vragen op die betrekking hadden op de toepasbaarheid. Ten eerste richten de beschrijvingen zich, logischerwijs, op presentaties als zijnde individuele presentaties, terwijl bijna alle presentaties op het Picasso Lyceum groepspresentaties zijn, waarvoor ook een groepscijfer wordt gegeven. Daarnaast was niet altijd duidelijk wat nu precies het onderscheidende criterium was tussen de verschillende niveaus.

Om de niveaubeschrijvingen concreter te maken, is vanuit een voorbeeldmatige presenteeropdracht per niveau nagedacht over wat per niveau nu precies het verschil maakt. Zo kan men zich bij de beschrijving van 1F een spreekbeurt over de – al dan niet meegebrachte – cavia voorstellen, terwijl 2F een boekbespreking over bijvoorbeeld Spijt van Carry Slee doet vermoeden. Niveau 3F zou een betoog over de doodstraf kunnen zijn. Binnen de context van het voortgezet onderwijs zou 4F wellicht alleen haalbaar zijn als presentatie van het profielwerkstuk. Op basis van de opmerkingen over afstand en complexiteit in Over de drempels met taal en de algemene principes voor toenemende complexiteit, zoals die beschreven zijn in de Concretisering van de kerndoelen Nederlands, is een lijst opgesteld van factoren die van belang zijn voor de mate waarin opdrachten het gewenste niveau ‘uitlokken’.

4. Opbrengst na een jaar

De volgende stap was om een aantal leerling-presentaties op film vast te leggen. Op basis van de filmfragmenten en de niveaubeschrijvingen werd een rubric ‘presenteren’ opgesteld. Die rubric werd steeds verder aangepast aan de wensen voor de verschillende ‘doelgroepen’ (onder- en bovenbouw, vmbo en havo/vwo) en aan de – tijdens dit traject gestaag groeiende – inzichten.

Tijdens de werkbijeenkomsten werd afwisselend samengewerkt in duo’s die aan dezelfde typen leerlingen lesgaven en werd gezamenlijk gereflecteerd op de conceptproducten. Hierdoor groeide geleidelijk aan een gemeenschappelijk kader voor de beoordeling.

Dit schooljaar wordt de rubric binnen de school geïmplementeerd. Het idee is dat vakdocenten hiermee meer inzicht krijgen in wat ze van hun leerlingen vragen als die iets moeten presenteren. In samenwerking met de collega Nederlands kunnen ze leerlingen daarbij ondersteunen en uiteindelijk ook beoordelen. Via een digitaal taaldossier zullen de beoordelingen zichtbaar worden (en blijven) voor de leerling en zijn docent Nederlands, zodat echt werk gemaakt kan worden van het verbeteren van de presenteervaardigheid van leerlingen. Ook voor leerlingen wordt zo duidelijk welke onderdelen verdere ontwikkeling behoeven.

2

79

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties