Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Waarom daar en waarom toen? Jeugdliteratuur bij aardrijkskunde, geschiedenis en burgerschap (Piet Mooren & Rob Ruggenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Figuur 3: Rotterdam Brug (Charlotte Dematons).   Figuur 4: Zeeland

(Charlotte Dematons).

In Duizend dingen over Nederland is het beeld van Zadkine geïnspireerd op het bombardement op Rotterdam in mei 1940 en Berend Botje – op elke plaat is ook een kinderliedje uitgebeeld – verwijst naar de Rotterdamse reder Berend Drenth, die wrakke schepen liet uitvaren en vergaan om vervolgens flink wat verzekeringsgeld op te strijken.

3. Historische romans: lezen met ideologisch besef

Vanessa Joosen & Katrien Vloeberghs (2011) noemen, in navolging van Stephens (1992), het humanisme de dominante ideologie van het genre van de historische roman. Volgens hen is dat gedachtegoed bepalend voor vorm en inhoud van de historische roman, kiest de gemiddelde historische roman voor een eenstemmige en rechtlijnige weergave van de plot die zich met een begin, midden en einde in chronologische volgorde ontvouwt. Toch tonen historische romans over bijvoorbeeld de slavernij of de Jodenvervolging doorgaans twee ideologieën: de ideologie die de slavernij of de Jodenvervolging uitdraagt en de ideologie die zich daartegen verzet. Schrijvers van historische romans kijken immers zowel terug op de periode waarin hun verhaal zich afspeelt als vooruit naar wat daarna kwam. Daarom geven ze hun personages posities in beide ideologieën en laten ze hun personages zich soms wenden van de ene positie naar de andere.

Aan de bloei van de Oost-Indische Compagnie en van de Amsterdamse Grachtengordel ligt de ideologie van de slavernij ten grondslag, aan de rijkdom die Arabische handelaars aan de oostkust van Afrika vergaarden eveneens. De slaven die de Europese slavenhandelaars aan de westkust van Afrika kochten, nadat ze er door dominees en andere ideeënmakelaars van overtuigd waren dat dat mocht van God, kregen hun handelswaar aangeleverd door Afrikaanse slavenhandelaars.

Een auteur als Rob Ruggenberg is zich ervan bewust dat het succes van de Nederlandse slavenhandel is bepaald door het giftige mengsel van economisch gewin en een racis-

XXVI