Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Waarom daar en waarom toen? Jeugdliteratuur bij aardrijkskunde, geschiedenis en burgerschap (Piet Mooren & Rob Ruggenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

de orde gesteld van sturing op de discrepantie tussen cijfers op het centraal examen en het schoolexamen, die uitgaat van de Inspectie en via de schoolleiders bij de talendocenten belandt. Niet alleen zijn deze effecten fataal voor het schoolexamen, de hele inspectienorm is willekeurige onzin, zoals ik u met plezier zal demonstreren.

Ten slotte zal ik pleiten voor de herinvoering van regelgeving in het schoolexamen. Daarbij gaat het me om een verplichte weging van vakonderdelen, beperking van de schooleigen inhouden tot 10%, en het verbieden van dubbeling van centraal examenstof en schoolexamenstof. Ik neem het onderdeel schrijfvaardigheid als voorbeeld en baseer me op onderzoek naar de praktijk van het schoolexamen dat uitgevoerd is door Theun Meestringa en Clary Ravesloot van SLO.

Piet Mooren & Rob Ruggenberg

Tilburg School of Humanities

Contact: p.e.j.m.mooren@tilburguniversity.edu

Waarom daar en waarom toen? Jeugdliteratuur bij aardrijkskunde, geschiedenis en burgerschap

1. Inleiding

Doorgaans wordt jeugdliteratuur vooral besproken vanuit literaire invalshoeken zoals ‘plot’, ‘personages’, ‘schrijfstijl’ of ‘literaire kwaliteit’. In deze bijdrage wil ik wijzen op kwaliteiten die blijken bij diverse schoolvakken, zoals ‘geografisch besef ontwikkelen bij aardrijkskunde’, ‘het gedrag observeren van dieren bij biologie’, ‘een tijdsbeeld oproepen bij geschiedenis’ of ‘een discussie aanzwengelen over goed en kwaad bij burgerschap’. Schoolvakken en jeugdboeken houden zich namelijk ieder op hun eigen wijze bezig met waar iets gebeurt (plaats of topos), hoe dieren elkaars leven delen of bevechten (biotoop), wanneer iets speelt (tijd of chronos) of hoe iets herinnerd en in ere gehouden wordt (lieu de mémoire en burgerschap). Met deze inbreng van jeugdboeken in aansluiting bij de kenhoudingen van specifieke vakken kunnen leerlingen met heel diverse interesses – om met Howard Gardner te spreken – zich aangesproken voelen. Een schitterend voorbeeld is het onlangs bekroonde Spinder van Simon van der Geest: niet alleen een prachtig en razend spannend verhaal over een broedertwist, maar ook een zeer origineel verhaal waarbij het gedrag van en de taal over heel veel insecten als wapen wordt gebruikt.

’,

‘genre

XXIV