Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Amos van Gelderen Programmacoördinator HSN-27

Een nieuwe naam: CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS (HSN)

Twee jaar geleden schreef ik op deze plek (voor de 25ste HSN conferentie) dat de naam “HET SCHOOLVAK NEDERLANDS” de conferentie geen recht meer doet. Begonnen als discussieforum over het voortgezet (secundair) onderwijs (waar het woord ‘schoolvak’ op slaat), is de conferentie al vele jaren een veel breder platform, waarin ook het onderwijs Nederlands aan heel jonge kinderen en aan studenten een belangrijke plaats heeft. Zoals vaker, houden naamsveranderingen geen gelijke tred met daadwerkelijke veranderingen. Zo ook bij HSN. Weliswaar heeft het bestuur niet mijn destijds gedane suggestie voor een prijsvraag opgevolgd (wie verzint een goede nieuwe naam?), maar de kogel is toch door de kerk. Voortaan heet deze conferentie, zoals hierboven aangeduid. Een soort compromis tussen het oude en het nieuwe. De afkorting HSN was zoveel waard dat men er geen afstand van kon doen, maar ze is als het ware vernaamlijkt. We kunnen de taalkundigen vragen of ze deze operatie kunnen billijken, maar het feit blijft staan. HSN betekent ‘HSN’ (zoiets als: ‘je weet wel die conferentie over taalonderwijs die al zo’n 27 jaar bestaat, voor ons oude lullen een vaststaand begrip’). Voor de jongeren onder ons is er een dekkende naam daarnaast gekomen, waarmee we hopelijk de volgende 27 jaar voort kunnen. Sterker nog, als ik de tekenen des tijds goed aanvoel, heeft de Conferentie Onderwijs Nederlands de wind in de rug.

Het belang van goed onderwijs in de Nederlandse taal in het basisonderwijs, het beroepsonderwijs en aan de universiteit wordt in de komende jaren alleen maar groter. Wat het basisonderwijs betreft, is het beleid steeds meer doordrongen van het belang van professionalisering van leerkrachten op het gebied van taaldidactiek. Het voorkomen/repareren van taalachterstanden moet in een zo vroeg mogelijk stadium van het onderwijs plaatsvinden om algemene leerachterstanden te voorkomen. Nederlandse taal is het voertuig voor al het leren in ons onderwijs. Leerkrachten in het basisonderwijs (en leidsters in de voorschoolse educatie) hebben dus een uitzonderlijke verantwoordelijkheid als het gaat om de ondersteuning van taalontwikkeling en het creëren van gunstige omstandigheden daarvoor in de school. Wat het (secundaire en hogere) beroepsonderwijs betreft, is het bewustzijn van de rol van de Nederlandse taal bij het leren in de afgelopen jaren bij bestuurders en politici ook toegenomen. In Nederland is het (middelbaar) beroepsonderwijs net bekomen van een periode, waarin onder de goed bedoelde vlag van ‘iedere docent een taaldocent’ nauwelijks meer onderwijs Nederlands gegeven werd. In plaats daarvan werd van elke vakdocent gevraagd ‘aandacht’ te geven aan het taalgebruik van studenten. Inmiddels is de wind-