Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Tegen het leed dat grammatica heet (Peter-Arno Coppen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Peter -Arno Coppen

Radboud Universiteit, Nijmegen Contact: P.A.Coppen@let.ru.nl

Tegen het leed dat grammatica heet

  1. Inleiding

Er is veel leed op deze wereld: we zitten nog steeds in een wereldwijde economische recessie, er is op veel plaatsen oorlog en geweld en tot overmaat van ramp leidde in Nederland in de lente van 2013 de tekst van een feestlied voor de nieuwe koning tot hevige protesten en klachten over de grammaticale vaardigheden van het schrijverscollectief in kwestie. Hoewel veel van dat leed te ernstig is om luchtig over te doen, kan wel opgemerkt worden dat al dit leed een tijdelijk karakter heeft in vergelijking met het chronische leed dat grammatica heet. Ik doel dan natuurlijk op het grammaticaonderwijs.

Het grammaticaonderwijs wordt al eeuwen als een drama voorgesteld. De Nederlandse geleerde Desiderius Erasmus schreef al in 1517: “Een hartverscheurend gehuil klinkt door de klas wanneer kinderen dit alles moeten opdreunen”. Dat opdreunen mag dan uit de hedendaagse lessen verdwenen zijn, aan de weinig enthousiaste attitude ten opzichte van het grammaticaonderwijs is niet veel veranderd.

In deze bijdrage wil ik vier aspecten van ‘het leed dat grammatica heet’ bij elkaar brengen en een uitweg suggereren. Ik zal de contouren schetsen van een project dat mij voor ogen staat en dat ik de komende jaren wil gaan uitvoeren.

  1. Wat is het leed?

Hoewel discussies over het grammaticaonderwijs vrijwel altijd de focus leggen op het nut ervan, met name het effect ervan op de taalvaardigheid (voor een overzicht, zie Bonset 2011; Hoogeveen & Bonset 1998) en uitmonden in de vraag of (traditioneel) grammaticaonderwijs überhaupt wel zo’n goed idee is, kan het werkelijke leed niet zozeer in een gebrek aan nut gelegen zijn. Dat leed wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de uitvoering van het onderwijs. In eerdere publicaties heb ik bij herhaling betoogd dat de huidige grammaticadidactiek (vuistregels en ezelsbruggetjes om tot een traditionele zinsdeel- en woordbenoeming te komen) niet past bij de aard van het vak (o.a. Coppen 2009; 2010; 2011). Grammaticale analyse is geen wiskundige operatie met een ondubbelzinnige uitkomst, maar veel meer een zaak van het afwegen van verschillende mogelijkheden en interpretaties, met een conclusie die vaak nog voor dis-

XXXIV