Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Waarom daar en waarom toen? Jeugdliteratuur bij aardrijkskunde, geschiedenis en burgerschap (Piet Mooren & Rob Ruggenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Subplenaire lezingen

5. Herdenken en burgerschap

Geen andere periode uit de Nederlandse geschiedenis wordt zo nationaal herdacht als de Tweede Wereldoorlog, zelfs de Tachtigjarige Oorlog niet, terwijl die toch de basis vormt voor de Nederlandse staat en voor ons koningshuis. In die jaarlijkse herdenking gaat het om de verdediging van Nederland, de vervolging van Joden en andere groepen, het eerbetoon aan militairen in die oorlog, in latere oorlogen en in vredesmissies in Bosnië, Irak of Uruzgan en tegelijk om een manifestatie van de hele samenleving, de migranten niet in het minst.

Bij het vieren van de jaarlijkse dodenherdenking worden al enige tijd scholieren betrokken door het adopteren van een monument en het voordragen of schrijven van een gedicht. Een toneelstuk als Reizen met eieren van Heleen Volman werd bij herhaling gespeeld op Holocaust Memorial Day. Voor dit stuk ging zij eerst na of allochtone leerlingen interesse zouden hebben voor de Tweede Wereldoorlog. Het bleek dat zij heel andere associaties bij oorlog hadden dan autochtone leerlingen: Surinaamse leerlingen dachten aan de slavernij en Marokkaanse leerlingen aan de rol van koning Mohammed de Vijfde in de Tweede Wereldoorlog. Volman gaf hen in haar toneelstuk een stem door de rol van koning Mohammed de Vijfde te vergelijken met die van koningin Wilhelmina. Eerst stelt de verteller Wilhelmina aan ons voor:

Ik ben Koningin Wilhelmina. Wilhelmina Helena Pauline Maria. Aangenaam, Koningin der Nederlanden.

Ik ben van Oranje.

Het is 10 mei 1940.

Ik ben eenenzestig en het is oorlog. (kijkt weer in de spiegel)

Ik ben Koningin Wilhelmina.

Ik moet mensen zeggen dat het oorlog is.

Mijn hart klopt in mijn keel. En toch moet ik het zeggen.

Deze angstige houding steekt schamel af bij de trotse houding van koning Mohammed de Vijfde van Marokko. Toen hij bevel kreeg van maarschalk Pétain om de Marokkaanse Joden uit te leveren, legde hij dat naast zich neer:

Het zijn mijn onderdanen,

Het zijn Marokkaanse burgers.

Ze zijn hier thuis en ze zijn hier veilig. Het is mijn plicht om ze te beschermen.

Had koningin Wilhelmina dat ook niet kunnen doen? Met deze vraag vestigde Heleen Volman de aandacht op de noodzaak om allochtone leerlingen die iets over ‘onze’ oor-

XXXI