Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Beter schrijven door feedback en revisie: de student actief (Hella Kroon)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4. Mbo/secundair beroepsonderwijs

werk van studenten zijn. Bij een dergelijke opdracht lukt het studenten vaak wel om de fouten te vinden en te bedenken wat de correcte vorm is.

  • Hardop denken

Bij hardop denken bespreekt een student het werk van een medestudent door al lezend te vertellen wat hij denkt. De schrijver luistert en maakt aantekeningen. Vervolgens bespreken schrijver en commentator wat er is gezegd en bepaalt de schrijver wat hij overneemt.

Een dergelijke manier van werken vraagt veel van de student en kan niet zonder voorbereiding worden aangevat. Ook hier is het aan te bevelen dat de docent eerst het goede voorbeeld geeft. Hij kan een schrijfproduct, terwijl hij het leest, voor de klas becommentariëren, vervolgens ingaan op wat is gezegd en ook de manier van werken – het hardop denken – bespreken. Het blijkt dat alle studenten bij deze manier van werken vooruitgaan, ook degenen van wie het werk niet daadwerkelijk besproken wordt.

  • Een schrijver centraal

Bij deze werkvorm vertelt een schrijver in de klas of in een groep hoe hij het schrijven heeft aangepakt, tegen welke problemen hij is aangelopen, voor welke oplossing hij heeft gekozen en waarom. De andere studenten luisteren en geven de schrijver na afloop tips. In overleg bepaalt de schrijver wat hij van die tips overneemt. De docent kan hierop inhaken door, waar nodig, informatie toe te voegen en een extra les te geven over een bepaald onderwerp.

  •  Tutoren

Bij deze werkvorm helpen student-tutoren andere studenten uit de hele opleiding bij schrijftaken. De tutoren krijgen hiervoor eerst een training. Tutoren worden gekozen op basis van motivatie en toekomstplannen. Bij deze vorm gaat schrijfonderwijs buiten de klas en maakt het onderdeel uit van het taalbeleid van de opleiding.

3.2 Een werk centraal bespreken

Bij het centraal bespreken van een werk wordt een schrijfproduct van een student via de beamer aan de hele klas getoond. De docent geeft aan op welke criteria de tekst wordt beoordeeld en daagt de klas uit om aan de hand van die criteria opmerkingen te maken bij de tekst. De docent doet dat zelf ook. De opmerkingen worden besproken en, waar nodig, aangevuld met extra informatie. De schrijver van het product bepaalt welke voorstellen voor verbetering worden aangenomen en welke niet. Hij blijft eigenaar van het product. Alle andere studenten schrijven op basis van de bespreking tips op voor hun eigen werk en verbeteren dat.

4

109