Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Vrij lezen in het mbo. Onderzoek naar een leescultuur in de laagste mbo-niveaus (Erna van Koeven & Frank Schaafsma )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

  1. professionalisering van docenten als het gaat om het begeleiden van lezen;

  2. effectieve implementatie van vrij lezen in het curriculum.

Het onderzoek kent twee fasen. In de eerste fase wordt het vrij lezen op START.Deltion in beeld gebracht door tijdens de leesmomenten te observeren, gesprekken te voeren met docenten en studenten en door het leesniveau van studenten in kaart te brengen. De resultaten van de eerste fase worden gecommuniceerd binnen het team en samen met het team worden interventies gekozen die in de tweede fase opnieuw gevolgd worden. In deze tekst worden een aantal bevindingen na de eerste fase gepresenteerd.

5. Het ontstaan van een leesroutine

We hebben in de eerste onderzoeksfase gezien dat de motivatie voor het vrij lezen sterk samenhangt met de leesroutine die in de opleiding is ontstaan. De diversiteit, als het gaat om leesmotivatie en leesvaardigheid, is zowel onder docenten als onder studenten groot. Het merendeel van de vakdocenten noemt zichzelf geen lezer. Onder studenten zijn er mensen die gemotiveerd zijn voor lezen, omdat zij een bepaalde carrière voor ogen hebben en/of – in het geval van niet-Nederlandstalige studenten – omdat ze graag goed Nederlands willen leren. Maar er zijn ook studenten die het nut van lezen niet zien (“Ik kan mijn werkbriefjes toch lezen. Nou dan”).

Toch voegen zowel docenten als studenten zich in de routine van het lezen. Op de leesmomenten is het in het hele schoolgebouw stil. Hoewel de ene student ingespannen leest en de andere bladert, heeft iedereen een boek of een tijdschrift voor zich. Uit de gesprekken blijkt dat die routine bestaat dankzij heldere afspraken die in het team zijn gemaakt. Dat die afspraken door teamleden worden nageleefd, hangt ermee samen dat het team een sterke gemeenschap vormt. Hoewel één van de studenten tijdens de interviews zegt dat hij een lezende docent maar raar vindt (“laat hij toch gewoon zijn werk doen”), merken we in de observaties dat het krachtige voorbeeld van docenten die zelf lezen, ertoe bijdraagt dat studenten zich conformeren aan de leesroutine. Sommige docenten vinden het moeilijk om het lezen vol te houden (“Ik hoor iedere auto voorbijkomen”), maar juist doordat het gaat om docenten die zich wellicht beter thuis voelen bij lastechnieken, maakt hen tot een belangrijk rolmodel voor studenten.

Ook het geloof van studenten in de opleiding en hun docenten maakt dat zij gemotiveerd zijn om zich te voegen in de leesroutine. Eén van de leraren verwoordt dat door te zeggen dat de studenten niet zozeer gemotiveerd zijn voor lezen, maar dat zij dikwijls al veel onderwijsmislukkingen achter de rug hebben en zich op deze opleiding begrepen voelen (“Ze doen het gewoon omdat school zegt dat het moet. En ze hebben ervaren dat ze op school serieus worden genomen”).

114