Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Een routeplanner voor 21ste-eeuwse communicatie. Meervoudige geletterdheid in de praktijk gebracht (Jeroen Lievens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

het hoger onderwijs de student met evenveel toewijding voor op zijn rol als communicator in zijn naschoolse carrière? Dat gaat samen met heldere antwoorden op de volgende twee vragen:

  •  welke communicatieve taken hebben professionals in het werkveld op te nemen?

  •  hoe kan het hoger onderwijs de kennis, vaardigheden en attitudes bij studenten ontwikkelen die nodig zijn om die taken uit te voeren?

Anders dan de academische, is de professionele communicatieve situatie ten gronde gekenmerkt door variatie. Doelen en doelgroepen zijn veranderlijk, verschillende media staan ter beschikking en naast het woord, biedt ook het beeld zich met zijn verschillende dimensies aan als betekenisdrager. Omdat een klassiek begrip van geletterdheid niet overeind blijft in deze omstandigheden, heeft men het over ‘meervoudige geletterdheid’ of multiliteracies.

Om studenten op een actieve rol in die complexe communicatieve situatie voor te bereiden, is er behoefte aan onderwijs dat over de (hoge)schoolmuur heen kijkt en meervoudige geletterdheid in de didactische praktijk brengt. Maar makkelijk is dat niet, want in doelgerichte, 21ste-eeuwse communicatie verenigen zich op z’n minst vier domeinen:

  1. ICT;

  2. grafische vormgeving;

  3. taal;

  4. user-centered design.

Vandaar de taak die de Bee-com routeplanner zich stelt: de routeplanner wil de basiskennis en -vaardigheden uit bovengenoemde vier domeinen toegankelijk maken voor docenten en studenten, en dat op een didactisch krachtige wijze.

3. Hoe is de routeplanner tot stand gekomen?

Eerst is een competentiematrix opgesteld, die de containerterm ‘doelgericht professioneel communiceren’ heeft uitgezet als een reeks can-do statements, die op hun beurt zijn geanalyseerd op hun constituerende kennis, vaardigheden en attitudes. De matrix kwam tot stand op basis van gesprekken met experten, docenten en beroepsuitoefenaars in de vakgebieden ‘psychologie’, ‘lerarenopleiding’ en ‘informatica’ – de drie vakgebieden waarin ook de pilootprojecten plaatsvonden. In de drie pilootprojecten gingen studenten aan de slag met een realistische casus, terwijl het projectteam de leernoden en drempels in kaart bracht. Voor studenten Toegepaste Psychologie ging dat bijvoorbeeld over het bedenken van een communicatief ontwerp om gay bashing door politiemannen te voorkomen.

156