Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Openbare bijeenkomst Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs (Wilma van der Westen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5. Hoger onderwijs

concept ‘instructietaal is moedertaal’ verdwijnt langzaam maar zeker en daarbij ook het lesgeven aan studenten met een enigszins homogeen taalniveau of met een homogene culturele achtergrond.

De toegankelijkheid van het hoger onderwijs is vergroot en de wereld is fundamenteel veranderd, maar toch wordt van studenten verwacht dat zij de standaardtaal in voldoende mate beheersen. Zo niet, dan wordt de zwarte Piet bij de student gelegd. Lievens (2011) wijst in dat verband op het remediale karakter van veel vormen van taalbeleid en noemt het diagnostisch-remediaal model, dat meer aandacht heeft voor de noden van de standaardtaal dan voor de lerende jongere. Hij pleit voor een taalbeleid dat uitgaat van het concept van ‘meervoudige geletterdheid’: de communicatieve situatie bestaat niet alleen uit (gesproken of geschreven) teksten, maar ook uit beelden. Taalvariatie kan, in zijn optiek, productief gemaakt worden, in plaats van weggezet als probleem.

Binnen TOL staat de taalontwikkeling van de leerling of student centraal. Het ontwikkelen van een actieve en zelfstandige studiehouding is een belangrijk doel van TOL. De student wordt zelf verantwoordelijk voor zijn taalontwikkeling of, in het geval van een tweedetaalleerder, voor het verdere taalverwervingsproces (Alladin & Van der Westen 2009). Door studenten te leren hoe zij effectief gebruik kunnen maken van de input van de leerstof, door ze bewust te maken van het onderscheid tussen een woord begrijpen en een woord gebruiken en door ze te laten ontdekken hoe ze nieuwe woorden kunnen leren, geef je hen taalleerbagage mee waarvan zij niet alleen tijdens de studie, maar hun hele verdere leven profijt hebben. TOL, binnen taalbeleid type 3, is ontwikkeld vanuit het concept dat meertaligheid geen tijdelijk verschijnsel is, maar een blijvende verandering. Niet alleen het leren van de taal die op dit moment nodig is, maar ook het kunnen leren en weten hoe (een) taal te leren, is het doel van TOL.

3. De rol van de (vak)docent

Volgens het rapport van de Expertgroep Doorgaande Leerlijnen Taal en Rekenen (2008) moeten leraren van alle vakken (a) kennis hebben van de rol van taal bij het leren en (b) weten hoe ze daar in de praktijk mee om moeten gaan. Binnen taalbeleid type 3 horen alle docenten taalontwikkelend les te kunnen geven. Zij zijn geen taaldocenten, maar horen wel kennis te hebben van taalontwikkelingsprocessen en taal- leerstrategieën om studenten te helpen met taaldoelen voor de korte termijn (het leren inzetten van (compensatorische) taalstrategieën om de tekst die op dat moment voorligt, te kunnen doorgronden) en voor de lange(re) termijn (bewust worden van eigen taalvaardigheid, taalgebruik en taalgedrag; sensitief zijn voor taalgebruik in de omgeving; doelen stellen en weten hoe die te bereiken). Een TOL-docent moet over goede interactievaardigheden beschikken voor een constante dialoog met studenten, moet beschikken over lef en durf om hen aan te spreken en moet hen scherp houden en uitdagen. Bovendien moet hij ervoor open staan dat hij zelf aangesproken kan worden.

5

169