Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: "Maar je wilt ook een zo hoog mogelijk cijfer". De orintaties van studenten op professionele schrijftaken (Jacqueline van Kruiningen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

waarin studenten authentieke –real life– problemen op moeten lossen. Daarbij schrijven ze hun teksten voor concrete lezers. Hoe realistisch ook, toch kunnen dit soort ‘authentieke’ taken door studentschrijvers als hybride worden ervaren (Scheider & Andre 2005). De studenten moeten zich immers niet alleen richten op een opdrachtgever die geïnteresseerd is in gefundeerde voorstellen voor de oplossing van een probleem, maar ook op de opleidingsspecifieke eisen die docenten aan hen stellen. Dat kan leiden tot teksten met conflicterende opdrachteisen en – tot op bepaalde hoogte – tot conflicterende genrekenmerken (vgl. Russell & Cortes 2012: 6; Russell 1997: 231).

De exploratieve studie waarover ik rapporteer op de HSN-conferentie, vormt onderdeel van de zoektocht van de docenten van deze casestudy naar een optimaal cursus- en opdrachtontwerp1. In een kleinschalig kwalitatief onderzoek is gekeken naar de overwegingen, oriëntaties en activiteiten van twee studententeams die, gedurende een semester, in teamverband werkten aan het uitvoeren van bovengenoemde onderzoeksen schrijftaken.

2. Achtergrond

Vanuit een genre-theoretisch perspectief kunnen we schrijven beschouwen als een sociale activiteit die onlosmakelijk verbonden is met de sociale context waarin dat schrijven plaatsvindt. Een schrijver vormt onderdeel van een specifieke discourse community. In het geval van professionele schrijftaken in het onderwijs is er in feite sprake van twee verschillende communities, waarin schrijftaken verschillende (educatieve en professionele) functies vervullen. Dias e.a. (1999: 197) spreken in dit verband zelfs over worlds apart.

In een artikel over de transitie van de opleiding naar de werkplek spreekt Russell (1997) over de messy struggle van studenten met nieuwe genres op die werkplek (229). Schneider & Andre (2005: 215) constateren dat die transitie beter verloopt als studenten in de opleiding:

  •  kennis hebben gemaakt met de formele kenmerken van relevante workplace genres;

  •  een stevige basis wordt geboden voor de procedurele vaardigheden voor onderzoek en analyse, verbonden met specifieke tekstgenres;

  •  in de gelegenheid worden gesteld om te oefenen in professionele genres;

  •  kunnen samenwerken in groepen.

Idealiter vindt die oefening plaats in een betekenisvolle context. Hyland (2009) en Lea & Street (2006) benadrukken dat een betekenisvolle context voor schrijftaken kan worden gerealiseerd door literacy events te creëren, waarin schrijven secundair is aan

172