Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: "Maar je wilt ook een zo hoog mogelijk cijfer". De orintaties van studenten op professionele schrijftaken (Jacqueline van Kruiningen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

eigen en creatieve invulling te geven aan zowel de inhoudelijke kant van de opdracht als aan de tekstpresentatie. Een belangrijke eis daarbij was wel dat de studenten in hun uitwerkingen lieten zien dat hun inhoudelijke en strategische keuzes gefundeerd waren en dat ze daarbij gebruik konden maken van de theoretische en methodologische basis die in de eerdere bachelorjaren was gelegd.

De dataverzameling bestond uit (a) opnames van de teambesprekingen, de gastcolleges en de workshops, (b) een analyse van de werkdocumenten en procesverslagen van de teams, en (c) een eindinterview. Op basis van analyse van deze data is getracht een beeld te schetsen van het ontwikkelingstraject van het team en van de oriëntaties en overwegingen van de studenten met betrekking tot de te schrijven teksten. De uitkomsten van deze studie bieden aanleiding tot reflectie op de functie en didactische organisatie van dit soort praktijkgerichte opdrachten in de opleiding.

Uit de analyses komt vooral naar voren dat de studenten tijdens het traject sterk gericht waren op de inhoudelijke uitwerking van de opdrachten en veel minder op de mogelijke – strategische – keuzes bij de tekstuele uitwerking ervan. In die inhoudelijke uitwerking gingen ze initiatiefrijk en zelfstandig te werk en zochten ze naar creatieve en strategische oplossingen. De teambesprekingen waren ook grotendeels gericht op deze inhoudelijke kwesties. Waar het ging om de schriftelijke uitwerking van de opdrachten, toonden de studenten zich – ondanks de oproep van de docenten om zich ook op dit punt breed te oriënteren en creatief en vrij te werk te gaan – sterk afhankelijk van de opdrachtinstructies, van de aanwijzingen in de colleges en van de feedback van de docent. Aanwijzingen werden gedwee en tamelijk minimalistisch opgevolgd en in teambesprekingen werd weinig tijd voorzien voor oriëntatie en reflectie op tekstkeuzes.

De teams leken de schrijfopdrachten – in de basis – niet te ervaren als complexe taken. Schrijfvraagstukken ontstonden pas wanneer ze in de colleges of door de docent werden aangereikt. Naar aanleiding van opmerkingen van de docent werd de tekststructuur aangepast en gingen de teams nadenken over meer of minder zakelijk of persoonlijk schrijven. Ook de door de docenten vereiste theoretische onderbouwing en de methodologische verantwoording van de aanpak van de opdracht werd pas een kwestie wanneer deze als een kwestie door de docenten werd benoemd: hoe laat je aan de lezer zien dat je keuzes theoretisch gefundeerd zijn en dat je je analyses systematisch hebt aangepakt, zonder er een saai wetenschappelijk verslag van te maken? Wat is het verschil tussen een compact adviesrapport voor een opdrachtgever en een – vaak veel theoretischer en meer methodologisch onderbouwd – onderzoeksrapport dat vaak in de opleiding van je wordt gevraagd? Dat zijn vraagstukken die in de teams wel besproken werden, maar sterk in het licht van hun gerichtheid op het voldoen aan de opdrachteisen. Oplossingen werden gezocht in relatief gemakkelijke, oppervlakkige aanpassingen, zoals wijzigingen in de lay-out en in aanspreekvorm. De grotere kwesties lieten ze liggen.

174