Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Taalontwikkelend onderwijs in het hbo. Een voorbeeld van zelfregie (Henriette Groot Antink & Pieter 't Hart)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5. Hoger onderwijs

ke eindproducten te komen. Ook de accreditatiecommissie heeft dat opgemerkt. De discrepantie tussen het eindniveau beschreven door de commissie Meijerink (3F) en het startniveau beschreven in de Talige startcompetenties van Bonset & De Vries (2009), blijkt groot.

Niet elke opleiding heeft een taaldocent. En één taaldocent voor 1400 studenten, zoals dat bij de opleiding tot verpleegkundige van de Hogeschool Utrecht (HU) het geval is, is geen uitzondering. Dat betekent dat de taalvaardigheid van studenten op andere manieren ontwikkeld moet worden dan enkel via lesgebonden ondersteuning: een integrale taalontwikkelende aanpak, waarbij de student de regie voert over het eigen leren en er meer hulp wordt geboden dan alleen ondersteuning door de taaldocent, kan hier een oplossing voor bieden. Een dergelijke aanpak houdt rekening met de talige eisen van schriftelijke opdrachten die ingebed zijn in de toetsing van vakonderwijs en met type drie taalbeleid (van der Westen 2010), waarin de student zich ontwikkelt tot een autonome leerder en elke docent (ook de vakdocent) een taak heeft in de verdere taalontwikkeling van studenten, omdat hij via de taal kennis overdraagt.

2. Een casestudy op het Instituut voor Verpleegkundige Studies van de HU

In februari 2012 werd op de faculteit Gezondheidszorg een notitie opgesteld waarin de volgende constatering stond: “De kwaliteit van het eindwerkstuk staat onder druk: het Bachelorniveau op de Dublin Descriptor Communicatie (Nederlands kwalificatieraamwerk hoger onderwijs) wordt onvoldoende bereikt; studenten beheersen met name het schriftelijk gebruik van de Nederlandse taal in onvoldoende mate. Dit is het oordeel van de opleidingen zelf en tevens dat van accreditatiecommissies. Ook het beroepenveld (stagebegeleiders) stoort zich aan slordige taal, een professional niet waardig”. En: “de insteek voor acties is: toetsing”, zo luidde de conclusie.

De vraag is of toetsing werkelijk de oplossing is voor de gebrekkige schrijfvaardigheid van hbo-studenten. Studenten zijn aan het einde van hun opleiding kennelijk niet in staat om een professioneel vakgerelateerde schrijfopdracht naar behoren uit te voeren. De moeite die studenten hebben met taal staat de communicatie in de weg en dat heeft een grote invloed op de kwaliteit van de inhoud. Met andere woorden: hun moeite met formuleren, grammatica en spelling leidt af van het goed onder woorden brengen van de inhoud en docenten moeten veel kostbare tijd besteden aan bijsturing op taalniveau, waar die tijd beter besteed kan worden aan bijsturing op de inhoud.

5

177