Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Leesboek of Facebook (Elise Kremer)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

6. Literatuur

hen gericht literair genre: de adolescentenroman. De personages en de thematiek van adolescentenromans en de innerlijke groei naar volwassenheid zou de groep van twaalf- tot vierentwintigjarigen aanspreken en een mogelijkheid bieden tot identificatie (De With 2005). Het verhaal moet echt en herkenbaar zijn, zodat erover gereflecteerd kan worden. De levensfase tussen jeugd en volwassenheid staat in deze romans centraal. Juist daardoor kan de literaire adolescentenroman voor een vloeiende overgang zorgen van jeugdliteratuur naar volwassenenliteratuur.

Docenten Nederlands kennen nog veel scepsis bij adolescentenliteratuur. Ten eerste zien ze het als hun culturele plicht om de leerling bekend te maken met echte literaire kwaliteit. Ten tweede is veel jongerenliteratuur vertaald werk en dat ligt bij veel neerlandici gevoelig. De derde verklaring voor de terughoudendheid is dat docenten nog niet echt bekend zijn met het genre, aangezien ze zelf nog maar weinig titels gelezen hebben (Meintema 2011).

Jongeren kiezen vaak en graag de boeken die ze gewend zijn om te lezen. Het is de taak van de docent om de leerlingen verder te laten kijken dan hun vertrouwde horizon (van Lierop-de Brauwer 2007). Dat vereist van de docent kennis van jongerenliteratuur: zowel van boeken die de leerlingen al kennen als van boeken die hen verder helpen in hun literaire ontwikkeling. Dan wordt het mogelijk om, vertrekkend vanuit de leesvoorkeur van leerlingen, titels aan te bieden die aansluiten bij de belevingswereld van jongeren, maar die in literair opzicht meer te bieden hebben. Aan een gevarieerd aanbod om dat te realiseren ontbreekt het al lang niet meer. Adolescentenromans, young adult fiction of crossovers worden omarmd door uitgeverijen, bibliotheken en boekwinkels. Voor hen betekent het genre beslist een commerciële impuls.

4. Lezen in de les

Met een boek naar eigen keuze is het nu lezen geblazen en dat kan goed tijdens de les. Immers, met meer leeskilometers zal de leesvaardigheid toenemen. Uit literatuur blijkt dat het vergroten van leesvaardigheid van leerlingen samengaat met een toename van de leesmotivatie (Fiori e.a. 2010). Een half uur vrij lezen tijdens de les blijkt in de praktijk lang genoeg. De overige lestijd biedt de mogelijkheid om te praten over het verhaal, de hoofdpersoon, de spanning, de flashbacks of wat dan ook. Dat kan in groepjes, maar ook klassikaal. Jongens en meisjes durven dan hun ideeën over het boek te delen met elkaar. Praten en denken over fictie leveren een relevante leersituatie op (De Wit 2006). Door met elkaar te praten over je leeservaring komen ook andere vaardigheden aan bod, zoals goed luisteren naar elkaar en zorgvuldig formuleren. De leerling moet zijn mening immers goed onder woorden kunnen brengen, onderbouwen en verdedigen. Ook geeft De Wit aan dat het de werksfeer in de klas bevordert, omdat een goed gesprek over je leerervaring de leerlingen dichter bij elkaar brengt. Al met al leidt lezen in de les tot een positieve leeservaring en levert het een bijdrage aan de leesmotivatie.

6

185