Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Meer leesplezier met e-tools? (Magda Mommaerts & Jan T'Sas )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

  1. Role playing game

Leerlingen worden ondergedompeld in een verhaal/een avontuur met (a) visuele ondersteuning (filmpje, tekeningen) en (b) uitdagende confrontaties en keuzemogelijkheden. Ze lezen een verhaal en beslissen via samenwerking en dialoog samen over te volgen verhaallijnen. ‘Karakterkaarten’ versterken hun identificatie met de personages.

  1. Google Lit Trip

Leerlingen lezen een tekst/verhaal dat hen naar diverse plaatsen brengt: steden, landen, continenten... Reisverhalen of verhalen die zich op diverse locaties afspelen, lenen zich hier uitstekend toe. Op verschillende punten in het verhaal worden ze gestimuleerd om een locatie te verkennen. Dat doen ze met Google Earth. Ze lezen in duo’s en bespreken wat ze zien en lezen.

  1. Tablet Tales

Leerlingen worden in verschillende groepen ingedeeld. Elke groep leest een fragment uit één boek. Via carrousel komen ze met elk boek(fragment) in aanraking. Ze lezen hun fragment op een tablet. Elk tabletfragment bevat hyperlinks die de wereld van hun boek visueel opentrekken: illustraties, geluidsfragmenten, muziek en filmpjes. Na het lezen, delen ze hun ervaringen met elkaar.

  1. Voelen aan gedichten

Leerlingen lezen ‘visuele poëzie’, met name stripgedichten. Ze praten over de emoties die de personages in de gedichten uitdrukken en betrekken die op eigen ervaringen: ‘Wanneer heb jij je zo gevoeld als...?’ Dat praten doen ze in kleine groepen. Vervolgens proberen ze hun emoties zelf vorm te geven: via tekeningen, collages, klei...

Twaalf studenten uit de lerarenopleiding engageerden zich om de bovengenoemde vier tools uit te werken voor een specifieke klasgroep (leerlingen van 12 tot 16 jaar oud in een grootstedelijke context). Ze verwerkten hun tools in lessen die ze aan die groepen gaven. Het hele proces (van brainstorm tot klaspraktijk) werd gefilmd.

De reikwijdte van het project was te beperkt om wetenschappelijk valide effecten te meten. Toch valt er heel wat uit het project te leren. Dat bleek uit interviews met leerlingen en leraren, en met de studenten zelf. De tools werden als bijzonder motiverend ervaren. Vooral leerlingen die niet graag lezen, voelden zich door de e-component van elke tool (de ‘e’ van elektronisch, maar ook de ‘e’ van emotioneel), in combinatie met de eerder genoemde principes voor leesplezier, gestimuleerd om te lezen. De studenten, op hun beurt, vonden het project bijzonder verrijkend voor hun eigen onderwijspraktijk. Tijdens een focusgesprek, afgenomen aan het einde van het project, zeiden velen dat hun visie op literatuuronderwijs sterk verruimd was. Ze maakten ook spon-

190