Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Moderne literatuurgeschiedenis, ofwel: historische letterkunde van de 20ste eeuw? (Sander Bax & Erwin Mantingh )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

6. Literatuur

[te kunnen] plaatsen in dit historisch perspectief”. Er gaapt een gat van meer dan een eeuw tussen het einde van de historische letterkunde en de tijd die leerlingen ervaren als enigszins modern. Elsschot, Bordewijk en Vestdijk zijn schimmen uit het literaire hiernamaals van wie de romans niet meer vanzelf spreken, al zijn ze zeker nog aan een deel van de leerlingen besteed. Ook de naoorlogse Grote Drie behoren tot een wereld die al vrij ver afstaat van de zestienjarige die begint met het lezen voor de lijst. Ze zijn literatuurgeschiedenis en onderscheiden zich voornamelijk van nog oudere literaire werken doordat de taal toegankelijker is dan die van de Reinaert en Warenar. Het is een misvatting om te denken dat deze 20ste-eeuwse klassieke auteurs zonder toelichting wel voor zich zullen spreken.

In de praktijk van het literatuuronderwijs moet de docent laveren tussen twee polen. Aan de ene kant zijn er de literair-historische ‘handboeken’, in boekvorm en digitaal, van Dautzenberg en Laagland tot literatuurgeschiedenis.nl en Literatuur [NU]. Al die ‘handboeken’ bieden de docent hulpmiddelen bij het construeren van modules literair-historisch onderwijs. Vaak reproduceren ze op meer of minder uitvoerige wijze het bekende (canonieke) literair-historische verhaal. Aan de andere pool is er de leerling die zijn individuele literatuurlijst samenstelt, toegerust op zijn eigen belangstelling en niveau (daarbij eventueel geholpen door www.lezenvoordelijst.nl van Theo Witte). De ervaring van veel docenten – in ieder geval van veel jonge docenten die wij tegenkomen in de context van de vakdidactiekopleiding – is dat er tussen beide polen een niemandsland ligt. Studenten hebben ons erop gewezen dat het ontbreekt aan aansprekend en verantwoord didactisch materiaal om de verbinding te leggen tussen leesboek en literatuurgeschiedenis van de 20ste eeuw. Het is onze ambitie om de komende jaren de aanzet te geven tot de ontwikkeling van dat materiaal. Op de conferentie presenteren wij een eerste, verkennende poging. We zullen dat doen door een lessenreeks voor te stellen die gecentreerd is rond het boek Tjeempie, of Liesje in Luiletterland (1968) van Remko Kampurt, een boek dat zich verrassend goed leent om een brug te slaan tussen de belangstellingssfeer van de leerlingen en de literatuur- en cultuurgeschiedenis van de jaren 1960.

De didactische benadering die wij voorstaan, probeert rekening te houden met vier dilemma’s die zich voordoen bij het onderwijs in literatuurgeschiedenis op de middelbare school. We geven ze hier kort weer.

1. De grens tussen oud en modern

Waar eindigt de literatuurgeschiedenis en begint de moderne literatuur? Vanaf welk moment spreken we van recente of hedendaagse literatuur? Wat bedoelen we als we het over historische letterkunde hebben? Nemen we daarbij de klassieke academische indeling over of is er reden om die indeling te verwerpen vanuit de gedachte dat ook de ‘moderne’ letterkunde grotendeels beschouwd zou moeten worden als historisch? Als we uitgaan van die laatste veronderstelling, heeft dat implicaties voor de manier

6

201