Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Moderne literatuurgeschiedenis, ofwel: historische letterkunde van de 20ste eeuw? (Sander Bax & Erwin Mantingh )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

waarop we ons onderwijs over de 20e eeuw vorm moeten geven. ‘Moderne literatuur’ verschilt in dat geval in de ogen van leerlingen helemaal niet zo veel van wat wij ‘historische letterkunde’ noemen. In beide gevallen is er sprake van een historische afstand tussen tekst en leerling-lezer. Een effectieve didactische aanpak moet die historische afstand niet alleen erkennen, maar vooral vruchtbaar maken.

  1. Onderwijs en wetenschap

Veel handboeken voor het literatuuronderwijs sluiten aan bij wetenschappelijke ideeën en benaderingswijzen die binnen de universiteiten helemaal niet meer zo dominant aanwezig zijn. Denk aan concepten van de structuuranalyse en close reading die nog steeds richtinggevend zijn voor de leesverslagen van veel leerlingen en aan het gebruik van stromingen bij literatuurgeschiedenis, terwijl in de theorievorming over literatuurgeschiedschrijving dat formalistische paradigma in zekere zin verlaten is (zie bijvoorbeeld de ‘functionalistische’ Taalunie-literatuurgeschiedenis of de recent verschenen frames-benadering van Thomas Vaessens). Zowel de structuuranalyse (als tekstbenadering) als het formalisme (de ‘stromingenbenadering’) zijn benaderingswijzen die uitgaan van de premisse dat literatuur een autonome kunstvorm is die vooral als uniek en anders beschouwd en bestudeerd moet worden. In de academische Neerlandistiek is er de laatste decennia stevige kritiek op dat autonomistische paradigma en ligt de nadruk steeds vaker op de relatie tussen tekst en context (maatschappij, politiek, publieke ruimte). Nieuwe inzichten die daarbij worden opgedaan, zouden ons literatuur-historische onderwijs een nieuwe impuls kunnen geven.

  1. De rol van de canon in het literatuuronderwijs

Welke rol mag de canon spelen in het literatuuronderwijs? Moet dat een canon van teksten zijn, een canon van auteurs of een canon van stromingenperiodes? Kunnen we nog zeggen dat die canon representatief is voor de literatuurgeschiedenis? En voor de meer recente literatuur roept dat de vragen op of er wel een canon is, welke teksten daar dan toe gerekend zouden moeten worden en welke factoren de totstandkoming van die canon beïnvloeden. In dat verband is het interessant om te zien hoe de veelvuldig gebruikte website www.lezenvoordelijst.nlmet dit dilemma omgaat door enerzijds een canon te (re)presenteren en anderzijds aansluiting te zoeken bij de eigenschappen en niveaus van leerlingen. De door ons gepresenteerde didactische aanpak zou diezelfde dubbelslag moeten kunnen maken: enerzijds aansluiten bij eigenschappen, niveaus en voorkeuren van leerlingen en anderzijds canonieke, historische, teksten toegankelijk maken.

4. Didactiek tussen tekstbeleving en cultuuroverdracht

In het maatschappelijk debat over literatuuronderwijs vindt vaak een vertekening plaats door aandacht voor de belevingswereld van de leerlingen diametraal te plaatsen tegenover aandacht voor de cultureel vormende werking van literatuuronderwijs. Aan die tegenstelling worden allerlei clichématige assumpties gekoppeld over didactiek

202