Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Leesstrategien en historisch redeneren van vwo-bovenbouwleerlingen en bachelorstudenten Nederlands. Een beschrijvend hardop-denk-onderzoek in het literatuuronderwijs (Dirk van der Meulen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

6. Literatuur

Het uitgangspunt is dat het geschiedenisonderwijs gaat om meer dan basale feitenkennis, die leerlingen benutten om al redenerend historische en recentere gebeurtenissen te interpreteren.

Het model bestaat uit zes componenten: de vaardigheid om verschillende soorten historische vragen (1) te stellen, te herkennen en te begrijpen wordt als een van de belangrijkste competenties in historisch redeneren gezien. Alle andere componenten van historisch redeneren worden uitgevoerd binnen dat kader. Daarom staat (1) bovenaan. Men dient bronnen (2) op zowel bruikbaarheid als betrouwbaarheid te kunnen beoordelen en men moet daaruit informatie kunnen selecteren, interpreteren en vergelijken. Verder dient men elke bron – een historisch fenomeen, een object, een uitspraak, een tekst, een afbeelding – in tijd, ruimte en sociale context (3) te kunnen plaatsen om die te kunnen beschrijven, verklaren, vergelijken en evalueren. Het bewijs dat men zo verzamelt uit bronnen dient als argumentatie voor het proces van historisch redeneren dat de vorm aanneemt van een betoog/redenering. Binnen die redenering moeten de leerlingen laten zien dat ze op intelligente wijze niet alleen tijdspecifieke termen en begrippen (5), zoals ‘farao’s’ en ‘feodalisme’, kunnen gebruiken, maar ook verbanden kunnen leggen tussen historische gebeurtenissen met behulp van meta-concepten (6), zoals ‘bewijs’, ‘oorzaak’, ‘verklaring’, ‘empathie’, ‘tijd’, ‘ruimte’, ‘verandering’, ‘bron’, ‘feit’, ‘beschrijving’ en ‘vertelling’ (Van Drie & Van Boxtel 2008).

Het model is reeds toegepast in de praktijk van verschillende geschiedenisdocenten (Van Drie & Van Boxtel 201 1; Van Boxtel & Van Drie 2012), maar toepassing in de praktijk van het literatuurgeschiedenisonderwijs is tot dusver achterwege gebleven. Dit beschrijvend onderzoek is een eerste aanzet daartoe.

  1. Onderzoeksvraag

Gebruiken leerlingen en/of studenten Nederlands elementen van historisch redeneren tijdens het lezen van Nederlandse literatuur?

  1. Onderzoeksgroep

De onderzoeksgroep bestond uit acht beginnende literatuurlezers (vier sterke lezers uit resp. groep 1: 4-vwo en groep 2: 6-vwo) en zes meer ervaren lezers (groep 3: bachelor- studenten Nederlands) (n = 14). Vwo-leerlingen zijn geselecteerd op basis van een gemiddelde score op toetsen leesvaardigheid. Daarnaast moesten ze ook geschiedenis in hun profiel hebben om er zeker van te zijn dat er een bepaalde historische basis was tijdens het lezen van de historische teksten.

6

205