Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Een 'sprinter' is een stoptrein zonder wc: de sturende kracht van taal (Ronny Boogaart)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Een voorbeeld. Toen in augustus 2012 het CPB de verkiezingsprogrammds van de politieke partijen had doorgerekend, werd de werkelijkheid van het CPB-rapport door verschillende kranten op heel verschillende manieren gepresenteerd. ‘SP kost banen’ luidde de kop in De Telegraaf, maar NRC Handelsblad koos voor ‘CPB-cijfers slecht nieuws PvdA’. Het Parool en Trouw openden allebei met de gevolgen van de verkiezingsprogrammds voor het financieringstekort, maar ook daar kun je op verschillende manieren tegenaan kijken:

  1. ‘2017: bij elke partij tekort’ (Het Parool).

  2. ‘Houdbaarheid financiën prioriteit bij veel partijen’ (Trouw).

Terwijl Trouw benadrukt dat veel partijen hun best gaan doen om het financieringstekort binnen de perken te houden, wijst Het Parool er fijntjes op dat in geen enkel verkiezingsprogramma het tekort volledig zal verdwijnen. Dat je met zo’n rapport alle kanten op kunt, wordt eigenlijk het duidelijkst in De Volkskrant die feitelijk van die constatering de kop heeft gemaakt: ‘Elke partij weet zichzelf tot kampioen te kronen’. Het verschil tussen de vijf krantenkoppen is sowieso al illustratief voor de sturende kracht van taal, maar met name de tegenstelling tussen het ‘tekort’ in (1) en de ‘houdbaarheid’ in (2) brengt een interessant aspect van die sturing duidelijk aan het licht, te weten het verschil tussen een positieve en een negatieve formulering.

Een ander voorbeeld daarvan zijn de verschillende manieren waarop je treinreizigers op de hoogte kunt stellen van een vertraagde trein (Boogaart 2009a). In de mededelingen op het perron is de NS een paar jaar geleden overgeschakeld van (3) op (4).

  1. De trein naar Leiden van 8 uur 19 heeft een vertraging van tien minuten.

  2. De trein naar Leiden van 8 uur 19 zal over tien minuten vertrekken.

Eén reden voor die verandering kan zijn dat een trein die ‘over tien minuten vertrekt’ natuurlijk veel meer vertraging kan hebben dan tien minuten – alleen om 8 uur 19 verwijzen de uitingen in (3) en (4) naar dezelfde werkelijkheid. Maar ook los daarvan zou je kunnen zeggen dat de woorden ‘vertraging’ en ‘vertrekken’ van zichzelf respectievelijk een negatieve en een positieve ‘argumentatieve richting’ hebben (Verhagen 2002).

De notie ‘argumentatieve richting’ gaat niet per se over de tegenstelling tussen slecht nieuws en goed nieuws, maar over de tegenstelling tussen ‘niet’ en ‘wel’: het woord ‘vertraging’ roept het beeld op van iets dat niet gebeurt, een trein die er (nog) niet is en alles wat je daarbij kan denken (te laat op je werk...). ‘Vertrekken’ daarentegen heeft betrekking op iets dat wél gaat gebeuren. Het is duidelijk dat hier over nagedacht is; de NS is geen onbewuste taalgebruiker. Het idee om de vertraging van een trein te formuleren in termen van het vertrek van de trein, lijkt zelfs een beetje op de vondst om een stoptrein ‘een sprinter’ te noemen. Ook dat verschil is feitelijk dat tussen wél

226