Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Semantisch grammaticaonderwijs: een stand van zaken (Jimmy van Rijt)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

tieonderwijs wordt gerekend. Zo wordt over het verband tussen schrijfvaardigheid en grammaticaonderwijs in de Verenigde Staten het volgende gezegd: “The solution may very well be offered by grammars that show a close, dynamic connection between the forms of grammar and the meanings they convey, including the meanings we most often associate with discourse” (Hancock & Kolln 2010: 35). En over zinscombinatieonderwijs zegt Andrews – hoewel enigszins voorzichtig – over eerder door hem verricht onderzoek: “Essentially, the results were that formal grammar teaching was not effective in teaching writing development; but that sentence-combining (a more practical, compositional approach that included imbedding within as well as combining sentences) looked as though it might be more effective” (Andrews 2010: 91).

Deze conclusie ligt op één lijn met die van Schuurs, die al aan het eind van de jaren 1980 concludeerde dat zinscombinatieonderwijs binnen communicatief schrijfonderwijs effectiever is dan traditioneel grammaticaonderwijs (Schuurs 1988). De conclusies van Hancock & Kolln, Andrews en Schuurs zijn echter alle gebaseerd op wat Hulshof de ‘instrumentele benadering’ van taalkundeonderwijs noemt (Hulshof 2013). Daarin wordt grammaticaonderwijs (dat wat mij betreft ook onder de noemer ‘taalkundeonderwijs’ geschaard kan worden) gezien als een middel dat een bepaald doel dient, namelijk taalvaardigheidsonderwijs. Het is m.i. van belang om op te merken dat deze conclusies ook gelden voor het niet-instrumentele perspectief van grammaticaonderwijs, waarbij taal wordt gezien als een studieobject op zich (taal als belangrijkste cultuurproduct). Grammaticaonderwijs op zich wordt dan beter, zonder daarbij effecten te willen constateren voor het vaardighedenonderwijs. Het drijft ons echter te ver om daar in deze bijdrage al te diep op in te gaan.

2. Semantisch grammaticaonderwijs in de praktijk op het voortgezet onderwijs

Uit het voorgaande mag blijken dat semantisch grammaticaonderwijs – zeker de laatste tijd – tamelijk positief in de belangstelling staat. Op de vorige HSN-conferentie heb ik een voorzet gegeven voor hoe semantisch grammaticaonderwijs eruit zou kunnen zien in het voortgezet onderwijs. In mijn workshop beperkte ik me tot het redekundig ontleden, waarbij alle zinsdelen tot en met de bijwoordelijke bepaling de revue passeerden (op veel scholen traditioneel de brugklasstof). Die workshop en de bijbehorende tekst (Van Rijt 2012) legden meteen enkele belangrijke kanttekeningen bloot:

1. Om semantisch grammaticaonderwijs succesvol te kunnen implementeren in het voortgezet onderwijs, moet aandacht zijn aan een doorlopende leerlijn. Ook zinsdelen zoals het naamwoordelijk gezegde en het voorzetselvoorwerp moeten dan semantisch benaderd worden. Bovendien is er bij serieuze inzet in het onderwijs behoefte aan een leergang (of een ingrijpende aanpassing van het onderdeel grammatica van de huidige leergangen).

230