Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Kleine woorden, diepe gronden (Peter Nieuwenhuijsen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

7. Taalkunde en taalbeheersing

Schuurs, U. (1988). “Het nut van zinscombinatie-onderwijs”. In: Tijdschrift voor Taalbeheersing, jg. 10, nr. 1, p. 59-71.

Noot

1 De ANS maakt ook melding van zogenoemde intransitieve voorzetsels en geeft daarbij voorbeelden als ‘Ik haal je vanavond wel af’of ‘Harm zit boven’ (Haeseryn e.a.: 460; 507; 916), maar net zoals Loonen (2003) beschouw ik een complement als doorslaggevend voor de voorzetselbenoeming. Af wordt door de ANS zelf dan ook een voorzetselbijwoord genoemd; boven beschouw ik als een bijwoord van plaats.

Ronde 4

Peter Nieuwenhuijsen

Stichting Conferentie Onderwijs Nederlands Contact: peternieuwenhuijsen10@gmail.com

Kleine woorden, diepe gronden

Wie in De Taalcanon bladert, kan het opvallen dat er maar zelden voorbeelden in voorkomen van taalelementen die aan een nadere beschouwing worden onderworpen. Zinnen, zinnetjes, woorden, klanken die in ‘zelfnoemfunctie’ worden aangeboden en als zodanig worden bekeken of geanalyseerd: een taalboek kan ermee doorspekt zijn, De Taalcanon niet. Daardoor is het niet onmiddellijk duidelijk hoe je, vanuit een tekst of een alledaagse gesprekssituatie, een link kunt leggen met de onderwerpen in De Taalcanon.

De exercitie die ik wil aanbieden, toont aan dat dit niettemin heel eenvoudig is voor wie wat taalkundige training heeft gehad. Ik heb gekozen voor buitengewoon elementair taalmateriaal en onderzoek hoe je van daaruit naar meer algemene, veelzijdige en belangwekkende onderwerpen kunt geraken. Vervolgens is het nog de vraag of deze onderwerpen dan ook inderdaad in De Taalcanon worden besproken.

Het genoemde ‘elementaire taalmateriaal’ bestaat uit woorden die uit één of twee spraakklanken zijn opgebouwd. Het eerste woord is ‘A’. Het laatste zou ‘zo’ kunnen zijn. Laat ik maar liever tonen wat ik bedoel.

A is een veel gebruikt woord. Je vindt het in voorbeeldzinnen als:

 

7

 

235