Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Kleine woorden, diepe gronden (Peter Nieuwenhuijsen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

A! Daar zul je hem hebben. Gelukkig.

A! Je bedoelt natuurlijk Thomas Rosenboom. Tuurlijk.

Merkwaardig genoeg kom je dit woord eigenlijk nooit op schrift tegen, althans niet in deze vorm. Vaak kom je in deze context varianten tegen als ‘Ha!’ en ‘Aha!’. Daarin is duidelijk een ‘h’ hoorbaar, dus dat is niet hetzelfde woord. Ik bedoel een woord zónder ‘h’. Dat wordt echter dikwijls zo geschreven: ‘Ah!’ Ten onrechte.

Ik citeer nu even twee zinnen waarin volgens mij ‘A!’ wordt bedoeld, maar ‘Ah!’ wordt geschreven.

Ah, meneer Grunberg, ik heb nu een colbertje voor u dat gegarandeerd... (Voetnoot, dVk)

Ah! Het Italiaanse leven! Welke pareltjes hebt u al ontdekt? (Voyages SNCF)

‘Ah’ staat in Van Dale genoemd als een uitroep van verbazing, toorn, teleurstelling... Duidelijk een ander woord. Maar wat doet Van Dale dan met ‘A’? Verrassing: het staat er niet in. Zou het erin moeten staan? Wat staat er eigenlijk wel en niet in een woordenboek? Staan alle uitroepen erin? ‘Wowie’? Wat nog meer niet? Waarom geen namen, behalve de waternaam ‘A’? Waarom staat ‘woordendiarree’ er in en niet ‘woordenkakkerij’? De ‘letterjurk’ van mijn dochter en de ‘yoghurtkom’ van mijn vrouw ontbreken ook. Waarom?

Zo zijn we bij het thema ‘woordenboek’ beland, dus nu is de vraag of dit thema in De Taalcanon aan bod komt. Geert Booij stelt hierin de vraag “Staan alle woorden in Van Dale?” De vraag waarom ‘A’ er niet in staat, wordt niet behandeld, maar dat was niet wat ik wilde weten. Het thema komt aan bod; daar ging het nu even om.

Op dezelfde manier heb ik gekeken waar de inspiratie mij bracht vanuit de woorden ‘ie’ ‘o’ ‘mm’ ‘(‘)t’ ‘(‘)s ‘eh’ ‘uh’ ‘e’ ‘ei’ ‘ij’ ‘u’ ‘uw’ ‘ja’ ‘om’ ‘te’ ‘ui’ ‘en’ ‘of’ ‘er’

>   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   >   ,

‘de’, ‘die’, ‘bi(e)’, ‘do’, ‘goh’, ‘we’, ‘wie’, ‘hoe’, ‘af’, ‘aan’ en ‘na’.

Om daarvan nog een voorbeeld te geven: het woord ‘te’. Het is interessant dat dit woordje plotseling nodig is als je van ‘ik wil zitten’ een zin met ‘wensen’ maakt: ‘ik wens te zitten’. Zo verbluffend kan de syntaxis zijn. Een bekend ‘te’ vind je ook in de wijsheid “waar ‘te’ voor staat, is altijd verkeerd, behalve ‘tevreden’”, die een ieder altijd aan zijn of haar oma toeschrijft. Maar hoe gewoon dit woord ook zij, heel ongewoon is het in de zin van de hoofdconducteur van de NS-trein:

Eén goede middag, dames en heren, meisjes en jongens, over enkele ogenblikken komt deze trein aan te Zwolle.

’,

‘mee

236