Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Kleine woorden, diepe gronden (Peter Nieuwenhuijsen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

7. Taalkunde en taalbeheersing

Het valt niet dadelijk op hoe ongewoon het is, zeker niet in deze quasi deftige context, maar iedereen zal moeten toegeven: in een alledaags gesprek zul je op de vraag waar je woont, nooit antwoorden dat je ‘te ...’ woont. (Mocht men hierover anders denken in Vlaanderen, dan moet ik deze bewering nuanceren.) Het is, met andere woorden, een schrijftaalwoord, althans een woord dat hier een betekenis krijgt die het alleen in de schrijftaal krijgt (en in deftige of quasi deftige gesproken taal natuurlijk).

Vanuit ‘te’ hebben wij in rap tempo de thema’s ‘syntaxis’ en ‘register’ bereikt. Nu schiet het register van De Taalcanon op deze punten enigszins tekort, maar het is niet moeilijk vast te stellen dat beide onderwerpen echt wel aan hun trekken komen.

Ook ‘die’ behoort tot de woorden die uit twee klanken zijn opgebouwd, al wordt het dan met drie letters geschreven. (Zo komen we op het onderwerp ‘spelling’, een onderwerp dat we sowieso gemakkelijk kunnen bereiken.) ‘Die’ heeft de eigenaardigheid in ‘tie’ te kunnen veranderen door assimilatie (‘Niet tie, maar die!’), waarmee we bij de klankleer belanden (in De Taalcanon kun je beter zoeken naar ‘fonologie’). Verder zien we ‘die’ sterk oprukken als betrekkelijk voornaamwoord bij onzijdige woorden (‘een artikel die de geschiedenis van een plaats behandeld’, Wikipedia), zodat we ook naar het onderwerp ‘taalverandering’ kunnen komen. Ten slotte kan er nog op worden gewezen dat er een persoonlijk voornaamwoord ‘die’ bestaat, dat niet in Van Dale is opgenomen. Maar het onderwerp ‘woordenboek’ waren we al eerder tegengekomen. Dit persoonlijke voornaamwoord is waarschijnlijk begonnen als dialectwoord, maar nu wordt het overal in het Nederlandse taalgebied gebruikt (onderwerpen: dialect en wederom: taalverandering) – over ‘die’, zie: Nieuwenhuijsen 2012. Alle bereikte onderwerpen worden ‘gecoverd’ door De Taalcanon.

Dat De Taalcanon ook in onze voorbeelden steeds in onze behoefte voorziet, is geen toeval: het zal blijken dat wij meestal met De Taalcanon kunnen doorborduren op het aangesneden onderwerp.

Referenties

Boogaard, M. & M. Jansen (2012). Alles wat je altijd al had willen weten over taal. De taalcanon. Amsterdam: J.M.Meulenhoff.

Nieuwenhuijsen, P. (2012). We hebben een d, we hebben een i! Groningen: De Hondsrug Pers.

7

237