Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Tekststructuur, leesproces en tekstbegrip: het belang voor de onderwijspraktijk en voor de toetsing van taalvaardigheid (Ted Sanders)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Referenties

Horst, J. van der (2013). Taal op drift; lange-termijnontwikkelingen in taal en samenleving. Amsterdam: Meulenhoff.

Ronde 6

Ted Sanders

Universiteit Utrecht

Contact: t.j.m.sanders@uu.nl

Tekststructuur, leesproces en tekstbegrip:

het belang voor de onderwijspraktijk en voor de toetsing van taalvaardigheid

  1. Inleiding

Teksten bestaan omdat we als taalgebruikers relaties tussen de zinnen leggen. Zulke relaties, zoals ‘oorzaak-gevolg’, ‘bewering-argument’ of ‘tegenstelling’ noemen we coherentierelaties. Soms weten we welke relatie we moeten leggen omdat er een ‘want’ of een ‘omdat’ tussen zinnen staat. Maar ook zonder zulke connectieven begrijpen we teksten vaak prima. Hoe verloopt dat interpretatieproces precies? Maakt het iets uit of er een ‘want’, ‘omdat’ of helemaal niets tussen zinnen staat?

In antwoord op deze vragen wordt in deze lezing recent onderzoek gepresenteerd naar de cognitie van tekstbegrip, naar het leesproces en naar het lexicon van enkele Nederlandse connectieven.

  1. Het leesproces

In een leeslab meten we de manier waarop mensen teksten lezen. Hoe lang doen ze over een zin en hoe bewegen hun ogen precies over het scherm? Ik zal laten zien dat we als ervaren lezers razendsnel gebruikmaken van allerlei signalen (zoals ‘want’, ‘de oplossing is...’ en ‘maar’): ze wijzen ons de weg in de structuur van de tekst. We gaan daardoor anders om met een zin als (1) dan met een zin als (2) (Koornneef & Sanders 2013; Mak & Sanders 2013).

  1. Mark prees Diederik omdat hij...

  2. Mark prees Diederik maar hij...

240