Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Tekststructuur, leesproces en tekstbegrip: het belang voor de onderwijspraktijk en voor de toetsing van taalvaardigheid (Ted Sanders)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

7. Taalkunde en taalbeheersing

Maar hoe zit het met veel subtielere verschillen, zoals dat tussen ‘want’ en ‘omdat’ in (3) en in (4) (Canestrelli, Mak & Sanders 2013)?

  1. Hanneke was buiten adem, omdat ze vier trappen was afgerend om de post te halen.

  2. Hanneke had haast, want ze was vier trappen afgerend om de post te halen.

  3. Het lexicon van Nederlandse connectieven

Ik zal betogen dat dit verschil tussen ‘want’ en ‘omdat’ kan worden gekarakteriseerd als een verschil in subjectiviteit: in het geval van ‘want’ hebben we te maken met een bewering-argument-relatie, en in het geval van ‘omdat’ met een gevolg-oorzaak relatie. Dat blijkt ook uit allerlei corpusonderzoek naar de manier waarop we ‘want’ en ‘omdat’ gebruiken om causale relaties uit te drukken, in nieuwsberichten, in gesprekken en in chat-interacties (Sanders & Spooren 2009; 2012). Ook in andere talen zien we dat soort verschillen (Stukker & Sanders 2012).

  1. Tekstbegrip

Hebben connectieven ook invloed op tekstbegrip? Ik geef een overzicht van diverse experimenten waarin dat het geval blijkt te zijn. Interessant is dat lezers meer gebruikmaken van connectieven en signaalzinnen als ze minder kennis hebben van de inhoud van de tekst (McNamara & Kintsch 1996; Kamalski, Lentz & Sanders 2008).

We bespreken onderzoek waarin specifiek naar minder sterke lezers is gekeken. Zo blijken veel vmbo-lezers moeite te hebben met hun studieboekteksten. Zij profiteren sterk van connectieven en andere signalen die het ze gemakkelijker maken om de coherentie in de tekst te vinden (Land 2009; Land, Sanders & Van den Bergh 2008).

Uit splinternieuw onderzoek van Stichting Lezen vond Gerdineke van Silfhout dat leerlingen beter presteren als ze teksten mét verbindingswoorden lezen. Dat geldt voor zowel zwakke als sterke lezers van alle schoolniveaus en voor zowel verhalen als geschiedenis- en zaakvakteksten (biologie, economie). Uit het oogbewegingsonderzoek blijkt dat leerlingen die teksten lezen mét connectief, vaker, maar ook korter terugkijken naar eerdere informatie (van Silfhout e.a. 2013a; 2013b). De verbindingswoorden maken het voor leerlingen dus gemakkelijker om zinnen op de juiste manier met elkaar te verbinden. Staat er geen verbindingswoord, dan moeten leerlingen zelf het verband leggen. Dat het dan vaak mis gaat of om extra cognitieve energie vraagt, blijkt uit het oogbewegingsmateriaal. Deze resultaten leren ons veel over de manier waarop middelbare scholieren teksten lezen en begrijpen. Bovendien leren we ervan hoe we

 

7

 

241