Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Voorlezen met een focus (Marjan van der Maas, José van der Hoeven, Coosje van der Pol & Kris Verbeeck )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Ronde 7

Marjan van der Maas (a), José van der Hoeven (a), Coosje van der Pol (b) & Kris Verbeeck (c)

  1. KPC Groep

  2. Tilburg University

(c) M&O-Groep

Contact: j.a.vdrpol@tilburguniversity.edu

Voorlezen met een focus

  1. Inleiding

Bijna iedereen is het erover eens dat het voorlezen van prentenboeken belangrijk is voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Het voorlezen van prentenboeken heeft vaak de bevordering van taal- en leesontwikkeling tot doel. Voor het stimuleren van de wiskundige, de literaire en de sociaal-emotionele ontwikkeling worden prentenboeken minder benut, terwijl daartoe wel aanleiding is. KPC Groep ontwikkelde, in samenwerking met wetenschappelijk onderzoekers, een scholingsaanbod waarin het voorlezen met een focus op de hiervoor genoemde ontwikkelingsdomeinen centraal staat.

  1. Theoretische achtergrond

Verhalende prentenboeken zijn zeer rijk aan inhouden die relevant zijn voor de ontwikkelingsdomeinen van kleuters. In veel prentenboeken kan dan ook een verbinding worden gelegd tussen verhaalelementen en bijvoorbeeld de in Nederland gehanteerde SLO-doelen voor taal, rekenen en voor sociaal-emotionele ontwikkeling van kleuters. De relevantie van de verbinding tussen onderwijsdoelen en prentenboeken wordt door wetenschappelijk onderzoek ondersteund. In verschillende interventiestudies zijn de effecten van het gebruik van prentenboeken op de wiskundige begripsontwikkeling (Van den Heuvel-Panhuizen & van den Boogaard 2008; Van den Heuvel-Panhuizen & Elia 2011; 2012), de literaire competentie (van der Pol 2010) en de sociaal-emotionele ontwikkeling (Kwant 2011) van kleuters onderzocht.

De onderzoeken hebben duidelijke evidentie opgeleverd voor de verwachte positieve effecten van de inzet van prentenboeken. Zo heeft Van den Heuvel-Panhuizen met collega’s empirische steun gevonden voor de waarde van prentenboeken voor de wiskundige begripsontwikkeling (Van den Heuvel-Panhuizen & Van den Boogaard 2008; Van den Heuvel-Panhuizen & Elia 2011; 2012). In de interventie die in haar onderzoek centraal stond, voerden de leerkrachten, naar aanleiding van de prentenboeken, leerzame klassengesprekken over verschijnselen die te maken hadden met perspectief,

28