Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Wat werkt (niet) in de ondersteuning en begeleiding van jongvolwassenen met dyslexie? (Eline Van Kerckhove, Jolien De Brauwer, Ellen Meersschaert, Annelies Aerts, Maaike Loncke & Astrid Geudens )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

in lijn met de verwachtingen. Resultaten uit het vragenlijstonderzoek bevestigen dat problemen met begrijpend lezen bij ruim de helft van de jongvolwassenen aanwezig is. Ook in de literatuur wordt beschreven dat studenten met leerstoornissen meer problemen kunnen hebben met het begrijpen van studieteksten dan hun medestudenten (bv. Saenz & Fuchs 2002).

Meer dan 70% van de deelnemers aan het vragenlijstonderzoek ervaart moeilijkheden met het structureren van een zelfgeschreven tekst. Recent onderzoek toonde aan dat de schrijfvaardigheid van jongvolwassenen met dyslexie inderdaad zwakker is dan die van jongvolwassenen zonder dyslexie (Tops, Callens, Van Cauwenberghe, Adriaens & Brysbaert 2013). Een belangrijke vaststelling in de studie was dat studenten met dyslexie meer problemen hadden met hoofdletters en interpunctie. De teksten van studenten met dyslexie waren tevens minder gestructureerd en minder aangenaam om te lezen.

3.2 Begeleiding en ondersteuning bij jongvolwassenen met dyslexie moet de directe omgeving betrekken bij het begeleidingsproces

In de literatuur komt naar voren dat personen met dyslexie een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van secundaire emotionele problemen, al wordt dat niet in elke studie bevestigd. Die problemen kunnen tot uiting komen als een verlaagd sociaal-emotioneel welbevinden, stress en zelfs depressie (bv. Ruijssenaars, de Haan, Mijs & Harinck 2008). Ondersteuning vanuit de directe omgeving blijkt in dat opzicht een essentiële en positieve rol te spelen (bv. Goldberg, Higgins, Raskind & Herman 2003). Uit de literatuur weten we dat met name ook de lesgever een belangrijke invloed heeft op het zelfvertrouwen van studenten met dyslexie (bv. Humphrey 2002). Dat wordt bevestigd door de huidige resultaten: het merendeel (ongeveer 80%) van de studenten in onze steekproef zegt zich meer te zullen inzetten en meer zelfvertrouwen te krijgen als ze begrip ervaren van docenten. De jongeren uit onze steekproef ervaren bovendien dat juiste informatie en kennis over dyslexie noodzakelijke voorwaarden zijn voor dat begrip.

3.3 Begeleiding en ondersteuning bij jongvolwassenen met dyslexie moet inspelen op de individuele noden van de jongvolwassene

Bovenstaande resultaten bevestigen dat de impact van dyslexie bij jongeren een grote verscheidenheid kent en onderstrepen de nood aan een individueel aangepaste ondersteuning (Gerber 2009; Ruijssenaars & van den Bos 2011). Als de begeleiding vertrekt vanuit een specifieke vraag van de student in kwestie en de student eigen keuzes kan maken binnen het begeleidingstraject, verhoogt de intrinsieke motivatie en daarbij ook de kans op het bekomen van gedragsverandering (Eding, Loykens, Van den Bos

292