Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Wat werkt (niet) in de ondersteuning en begeleiding van jongvolwassenen met dyslexie? (Eline Van Kerckhove, Jolien De Brauwer, Ellen Meersschaert, Annelies Aerts, Maaike Loncke & Astrid Geudens )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

9. Zorgleerlingen

& Van Gemert 1994). Bovendien is het belangrijk om samen met de student de eigen sterktes en zwaktes in kaart te brengen. Het is immers de student zelf die op basis van zijn inzicht in eigen sterktes en zwaktes uiteindelijk de definitieve strategieën en/of compenserende hulpmiddelen zal kiezen die door hem als het meest werkzaam worden ervaren (Prochaska & Diclemente 1984). Lotgenotencontact is de aangewezen manier om dat te bereiken, eerder dan het aanreiken van brochures of boeken (Steenbeek-Planting & Kleijnen 2011). Dat principe wordt dan ook gehanteerd in ‘Wijzer op Weg’ (onderdeel Zelfwijzer). Het effectiviteitsonderzoek toonde aan dat de kennis over dyslexie verhoogd was na de begeleiding, net als het inzicht in wat dat voor de student betekent. Bovendien hadden de verkregen inzichten een invloed op de studiemethode.

Wanneer we die principes vertalen naar ondersteuning op school, impliceert dat dat studenten niet alleen geïnformeerd moeten worden over mogelijke maatregelen, maar dat het tevens van belang is om samen met de student na te gaan wat werkt voor hem/haar. Daarbij moet rekening gehouden worden met mogelijke hindernissen. Iets minder dan driekwart van onze steekproef krijgt maatregelen op maat. We zien echter dat de maatregelen bij minder dan de helft van de deelnemers geëvalueerd worden.

3.4 Begeleiding en ondersteuning bij jongvolwassenen met dyslexie moet voorzien in begeleiding bij het gebruik van compenserende hulpmiddelen

Er zijn voor studenten met dyslexie verschillende mogelijkheden om compenserende software in te zetten. We denken hierbij bijvoorbeeld aan tekst-naar-spraaksoftware, spraak-naar-tekstsoftware, woord-voor-spellingsoftware, overhoorsoftware en mindmapprogramma’s. Uit eigen onderzoek is echter gebleken dat software heel weinig wordt gebruikt in een schoolcontext en dat software bij examens als één van de minst werkzame maatregelen wordt beschouwd. Studenten stoten vaak op praktische belemmeringen, maar een factor die misschien nog belangrijker is, is dat ondersteunende software alleen niet voldoende is. De studenten moeten ook weten hoe ze met die software moeten werken. Vaak hebben studenten nog te weinig computervaardigheden (Diraä, Engelen, Ghesquière & Neyens 2009). Bovendien blijkt volgens Mac Arthur en Haynes (1995, in Gregg 2012) dat het integreren van ondersteunende software in de algemene ondersteuning en begeleiding van de student veel effectiever is dan het gebruik van de ondersteunende software op zich. Voor ‘Wijzer op weg’ werd er dan ook voor gekozen om het gebruik van software te integreren. Na de begeleiding bleken de studenten meer kennis te hebben over hulpmiddelen en ervoeren ze de hulpmiddelen die ze gebruikten als werkzamer.

9

293