Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Sociale media als taalvaardigheidstool (Janneke Louwerse)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

ke woorden, waarbij ze zelf tot een passende, begrijpelijke definitie komen. Vervolgens trainen ze hun leesvaardigheid door verschillende (meer of minder traditionele) opdrachten. Kern is evenwel dat het goed lezen van de tekst van belang is voor het vervolgtraject: de productieve fase. Leerlingen schrijven over het onderwerp op hun blog, al dan niet op basis van een gedefinieerde opdracht van de docent, en verwijzen in hun stuk naar de aangeboden bronnen. Daarna reageren ze op de schrijfproducten van ten minste vier klasgenoten. Deze feedback is aan bepaalde richtlijnen gebonden, omdat zogenoemde peer respons, een beproefd middel ter verbetering van schrijfprestaties, zonder regulering vaak oppervlakkig en daardoor minder waardevol is. Na de feedbackronde herschrijft de leerling zijn/haar stuk, een cruciale fase van schrijfonderwijs. Tot slot wordt van de leerling een bijdrage verwacht op het discussieforum, waarop aan het onderwerp gerelateerde stellingen worden bediscussieerd. Dat forum bootst het meest de ‘snelle internetrealiteit’ na en traint de leerlingen in puntig, doch correct schrijven. De bedoeling is dus om hier een internetforum ‘op niveau’ te creëren, waardoor leerlingen getraind worden in argumentatieve vaardigheden.

Onderwijl worden leerlingen al doende getraind in informatievaardigheden (research voor blogposts) en in het ontwikkelen van mediawijsheid (gedragscodes, plagiaat, copyrights, bronvermeldingen...). Aan deze zaken wordt uiteraard ook expliciet aandacht besteed.

Het heeft geen zin om eromheen te draaien: de genoemde werkwijze vergt veel van de docent. Hoewel niet steeds élk schrijfproduct van élke leerling gecorrigeerd hoeft te worden, is een nadrukkelijke, regelmatige aanwezigheid op het online platform van cruciaal belang. Dat platform moet, onder zijn/haar bezielende leiding, uitgroeien tot een levendige, actieve omgeving. Zonder betrokkenheid van de docent kan er geen betrokken houding van de leerlingen verwacht worden. De docent zal zich dus als een enthousiast lid van de online schrijf- en discussiegroep moeten opstellen. Daarbij is er uiteraard geen wondermiddel: leerlingen en docenten zullen moeten wennen aan deze nieuwe vorm van werken. Het incidenteel toepassen zal daarom weinig leereffect opleveren, maar zodra de ‘online schrijfgemeenschap’ zich heeft genesteld, zullen de leerlingen beseffen dat ze voor een heus publiek schrijven en dat hun schrijven (en daardoor hun lezen) relevant is.

Tot slot: deze aanpak hoeft zich niet tot één klas te beperken. Tijdens het project willen we uiteindelijk twee havo-4-klassen van zeer verschillende scholen op een gezamenlijke online omgeving laten bloggen en discussiëren om zo met elkaar in contact te komen. Net zoals op het echte internet...

Referenties

Bommeljé, B. (2013). “Ontlezing”. In: NRC Handelsblad, 21 september 2013.

308