Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Taalvaardiger door verhalen (Ietje Pauw & Ben Bouwhuis)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

Ronde 1

Ietje Pauw & Ben Bouwhuis Katholieke Pabo, Zwolle Contact: i.pauw@kpz.nl

b.bouwhuis@kpz.nl

Taalvaardiger door verhalen

  1. Inleiding

Het lectoraat Reflectie en Retorica van de Katholieke Pabo Zwolle is in 2008 gestart met een driejarig verhalenproject voor de midden- en bovenbouw van twee basisscholen. Gedurende het eerste jaar lag de nadruk in groep 5 op het vertellen van verhalen, vervolgens, in groep 6, op het verzinnen van verhalen en in het laatste jaar, in groep 7, op het schrijven van sprookjes en historische en eigentijdse verhalen. De centrale vraag was: worden leerlingen taalvaardiger door verhalen te vertellen, te verzinnen en te schrijven?

De producten van tien leerlingen zijn onderzocht (32 vertellingen en 29 schriftelijke verhalen). In deze presentatie worden de bevindingen van het project gepresenteerd.

  1. Hoe ontwikkelt de narratieve vaardigheid zich bij leerlingen?

Het verhalenproject is opgebouwd in de fasen ‘vertellen van verhalen’, ‘verzinnen van verhalen’ en ‘schrijven van verhalen’. In verschillende onderzoeken wordt de relatie tussen het vertellen en het schrijven van verhalen besproken (Gelati & Boscolo 2009; Fisher e.a. 2010). Mondelinge activiteiten ondersteunen het schrijfproces op verschillende niveaus (Fisher e.a. 2010): leerlingen ervaren de verschillen tussen de taalstructuren van het spreken en het schrijven, de cognitieve complexiteit van het schrijven vermindert en het creatieve schrijfproces wordt ondersteund. Die ontwikkeling van geschreven spreektaal naar het gebruik van schrijftaal is aan te wijzen in verhalen van leerlingen van groep 5 tot en met 8 (Vermeer & Van den Assem 2012). Daarom verdient het aanbeveling om in de middenbouw het vertellen van verhalen te koppelen aan het schrijven ervan en om aandacht te besteden aan de interne samenhang van het verhaal. Pas rond het negende jaar (groep 6) zijn leerlingen daadwerkelijk in staat om een verhaal te structureren (Heesters 2000). Volgens Berenst & Borst (2004) heeft de volgorde mondeling-schriftelijk een positieve invloed op de lengte van het geschreven verhaal.

38