Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Speel je Wijs: taalontwikkeling met spel en drama (Irma Smegen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2. Lerarenopleiding Basisonderwijs

2

2. Spelend woorden leren en taal beleven

“Dramalessen zijn anders dan andere lessen. Je leert heel veel taal” (Annieta, groep 5)

Alle spelvormen in Speel je Wijs zijn in te zetten voor woordenschatontwikkeling en geschikt om te consolideren. Woorden komen in uitdagende en gevarieerde werkvormen aan bod. Ze beklijven beter, omdat kinderen er letterlijk mee spelen en de taal aan den lijve ondervinden.

De combinatie drama en taal werkt, omdat je doet ‘alsof’ en acteert. Daarbij maak je gebruik van gesproken taal, gebaren en mimiek. Het hele lichaam is in actie, waardoor meerdere onderdelen van het brein worden geactiveerd. Als het niet goed lukt om iets onder woorden te brengen, geeft drama de mogelijkheid om te blijven communiceren. Werken met non-verbale aspecten geeft kinderen met een kleinere woordenschat de mogelijkheid om gelijkwaardig mee te doen. Tijdens het spel horen ze de gesproken taal van andere kinderen of de leerkracht, waardoor de woordenschat uitbreidt en tegelijkertijd wordt toegepast. Taalvaardige kinderen vinden uitdaging in nieuwe werkvormen en zijn blij met de ruimte die er is voor eigen inbreng. Allemaal zijn ze op hun eigen niveau hun taalvaardigheid en creativiteit aan het ontwikkelen.

Er komt heel wat kijken bij nieuwe woorden leren. Taal relateer je aan je eigen referentiekader.

Een casus

In een bovenbouwgroep komt het woord ‘boulevard’ aan bod. Een aantal kinderen denkt het woord te kennen. “Iets met boten”. Inderdaad, dat zou kunnen. Het is een plek en soms kun je daar ook wel boten zien. De andere bovenbouwers knikken. Dat klinkt logisch. Dan vult een jongen aan: “Het moeten dan wel véél boten zijn, want anders zeg je niet BOELevaar”. Het kwartje valt bij me: niemand in deze klas in een dorpje in Oost-Nederland heeft ooit van het woord ‘boulevard’ gehoord. Ze associëren slechts op de klank. Een enkeling is wel eens aan zee geweest, maar het grootste deel niet.

Ik schrijf het woord op om te laten zien hoe je het spelt. De term ‘leenwoord’ kennen ze. Ik laat een afbeelding zien van een boulevard en vertel wat het is. Nu blijkt één leerling toch wel eens op een boulevard te zijn geweest, op vakantie

57