Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Samen schrijven: kenmerken van interactie en leereffecten (Anke Herder)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ZEVENENTWINTIGSTE CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS

3. Data en analyse

Voor deze deelstudie hebben we gekeken naar opnamen van vijf groepjes leerlingen (A t/m E) op drie Friese basisscholen uit het netwerk van het Lectoraat Taalgebruik & Leren. De gegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel:

School

Groep

Leerjaar

Leerlingen

Onderwerp

Werkwijze

Tekstsoort

1

A, B, C

5/6

2 9+ 2 a

Lokale

Pen + papier

Brief

 

 

 

4 9

geschiedenis

 

 

 

 

 

3 a

 

 

 

2

D

7/8

2 a

Australië

Computer

Werkstuk

3

E

6/7/8

1 9, 1 a

Robots

Computer

Werkstuk

Tabel 1: deelnemers deelonderzoek.

Groepjes A, B en C werkten aan een onderzoeksproject over de geschiedenis van Friesland. In deze groepjes heeft de leerkracht de leerlingen gesuggereerd om een brief te schrijven aan kinderen van een school in een naburig dorp, met het verzoek om meer informatie te vragen over de geschiedenis van die plek. Groepje D (een duo) werkte samen aan de computer. De leerlingen uit dat groepje hebben informatie verzameld over Australië, in het bijzonder over ‘bromhout’. In het kader van een project getiteld ‘Machines en apparaten’ schreven de twee leerlingen van groep E eveneens aan hun werkstuk met gebruik van een computer. Hun onderzoeksvraag was gericht op robots. Van de gezamenlijke schrijfactiviteiten maakten we video-opnamen en verzamelden we de teksten.

De interactie is geanalyseerd in relatie tot het schrijfproduct dat tot stand komt. Dat gebeurde aan de hand van de methodologie van de conversatie-analyse, waarin de analyse van de opeenvolging van gesprekshandelingen van de deelnemers centraal staat (Ten Have 2007).

4. Resultaten

In de analyse van de interactie tussen de leerlingen valt op dat er verschillende interactionele praktijken zijn voor het genereren van inhoud enerzijds en voor het formuleren en/of herzien van een tekst anderzijds. Bovendien blijken leerlingen specifieke rollen op zich te nemen die zich kenmerken door specifieke activiteiten, bijvoorbeeld die van schrijver of van commentator.

64