Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: "Ik zeg 'mummi' en 'vaari'. Hoe zeg jij oma en opa?" Een project rond talensensibilisering in de school Rozenberg (Jo Knaeps & Greet Van Mello)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1. Basisonderwijs

1

gen echter wel de vrijheid om de activiteit zo uit te werken dat ze zichzelf er helemaal in konden vinden. Het zette hen aan om bij elke activiteit vooraf goed na te denken en bewust een aantal doelen op papier te zetten:

• Wat is de essentie van deze activiteit?

  •  Welke kennis wil ik met deze activiteit in de kijker plaatsen?

  •  Welke vaardigheden kan ik stimuleren bij mijn kinderen?

  •  Welke attitudes probeer ik op te wekken?

De leerkrachten hebben ervaren dat talensensibiliserend werken een positieve invloed heeft op de kinderen: de kinderen zijn betrokken en hun welbevinden stijgt. Die vaststelling zette de leerkrachten ertoe aan om regelmatig activiteiten rond talensensibilisering te plannen.

Talensensibiliserend lesgeven moet groeien. De leerkrachten merkten dat hun visie over talensensibilisering evolueerde. Ze planden bewust activiteiten, maar stilaan kregen ze ook meer oog voor de occasionele momenten, waarbij ze konden inspelen op gelegenheden die zich in de klas voordoen. Ze konden beter inschatten welke talensensibiliseringsmomenten kunnen aansluiten bij de les.

5.3 Impact op het team

Aan talensensibilisering doen in de klas heeft ook een impact op het school- en teamniveau. Om actief aan de slag te gaan, werd in de Rozenberg een kernteam talensensibilisering gevormd. Samen dachten ze na over talensensibilisering:

  •  Hoe kan talensensibilisering op een boeiende manier in de klas, maar ook in de school gebracht worden?

  •  Op welke manier kunnen we ouders hierbij betrekken?

Ze zochten naar manieren om de kinderen te observeren tijdens de activiteiten om het welbevinden en de betrokkenheid op te volgen.

Ook het talenbeleid kwam ter sprake. Zo werd in vraag gesteld of de thuistaal verbieden op de speelplaats nog wel steek houdt, aangezien in de klas wel plaats kan zijn voor thuistalen. De leerkrachten kregen ook een duidelijker beeld van de soms complexe familiebanden door een activiteit rond de thuistalen van de grootouders. Ze leerden de context van hun kinderen beter kennen en konden daar vervolgens ook rekening mee houden. Ze kwamen tot de vaststelling dat er in sommige gezinnen geen boekjes zijn, ook niet in de thuistaal. In die gezinnen is er soms wel een sterke vertelcultuur. De school werkt ondertussen haar taalbeleidsplan bij en voorziet ruime aandacht voor het nieuwe hoofdstuk talensensibilisering.

7