Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Schrijfmeters maken (Kees de Glopper & Joanneke Prenger )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3. Taalonderwijs 12-18

tekstgenres: drie voor de bovenbouw van het primair onderwijs (po) en drie voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs (vo). Met deze ‘schrijfmeters’ kan de beoordelingslast voor docenten verlicht worden en kan inzicht verkregen worden in de schrijfontwikkeling van leerlingen.

  1. Schrijfopdrachten en verzamelde teksten

Het project richt zich op de hoogste leerjaren van het basisonderwijs (groep 6 tot en met 8) en op de onderbouw van het voortgezet onderwijs: leerjaar 1, 2 en 3 (alle onderwijstypen).

Voor zowel het po als het vo hebben we een drietal kernopdrachten ontwikkeld. Onder kernopdrachten verstaan we schrijftaken die aansluiten bij de referentieniveaus taal en die goed uitdrukking geven aan de centrale doelen van het schrijfonderwijs. De kernopdrachten zijn ontwikkeld op basis van een proefafname. Van iedere kernopdracht ontvingen de pilotscholen twee varianten. Op basis van de resultaten van de pilot zijn de definitieve versies van de kernopdrachten vastgesteld.

Voor het po betreffen de kernopdrachten een beschrijving (van de school van de leerlingen), een instructie (over voorlezen, in het kader van een voorleeswedstrijd) en een betoog (tegen een plan voor vrijwilligerswerk op woensdagmiddag). Ook de voopdrachten vragen om een beschrijving (van typisch Nederlandse zaken), een instructie (voor het houden van een spreekbeurt) en een betoog (over de bestemming van geld voor verbetering van de school). De schrijfopdrachten zijn gedurende het schooljaar 2012-2013 op drie momenten afgenomen: in november, februari en april. Aangezien (bijna) elke leerling drie teksten heeft geschreven, hebben we ongeveer 1000 teksten verzameld van 344 leerlingen van vijf po-scholen en ruim 1500 teksten van 551 leerlingen van vijf vo-scholen. De teksten zijn met de hand geschreven.

  1. De ontwikkeling van de beoordelingsschalen

Voor elke schrijftaak (drie voor po en drie voor vo) is een beoordelingsschaal geconstrueerd. Daarbij is steeds het volgende proces gehanteerd. Allereerst is uit het totaal aan verzamelde teksten een steekproef getrokken van 100 teksten. Deze zijn op basis van een impressieoordeel gecategoriseerd op een vijfpuntsschaal: ‘zeer zwak’, ‘zwak’, ‘gemiddeld’, ‘sterk’ en ‘zeer sterk’. Vervolgens zijn per schaalpunt twee teksten geselecteerd die representatief waren voor de desbetreffende categorie. Die tien teksten zijn vervolgens door zes beoordelaars (allen taalwetenschappers) opnieuw geschaald, op dezelfde vijfpuntsschaal. De beoordelaars kregen daarbij de instructie vooral te letten op structuurkenmerken. Zo wilden we voorkomen dat de beoordelaars zouden letten op spelling en formulering in plaats van op de vaardigheid van leerlingen om een goed gestructureerde tekst te schrijven. Uit de tien beoordeelde teksten zijn voor opname in

3

87