Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Leescoaches in het voortgezet onderwijs (Femke Scheltinga & Lies Alons )
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3. Taalonderwijs 12-18

2. Methode van onderzoek

Het onderzoek vond plaats in de tweede helft van het schooljaar 2012-2013. Op twee scholen werden de 25% zwakste lezers in de brugklas geselecteerd. Zij behoorden tot de zwakste lezers met betrekking tot technisch en/of begrijpend lezen. De leerlingen zijn gematcht en vervolgens random aan de controle- of interventiegroep toegewezen. De nameting vond direct na de interventie plaats, aan het einde van het schooljaar. De leescoaches werden op school geworven door de coördinator van de school. Ze kregen een financiële vergoeding voor deelname.

2.1 Interventie

De interventie was gericht op het bevorderen van de leesvaardigheid en de leesmotivatie. Bij de opzet van de interventie is uitgegaan van effectieve kenmerken. Een interventie moet intensief zijn met aandacht voor motivatie, leesbegrip, leesstrategieën, en leestechniek om positieve effecten te hebben op de leesvaardigheid (Snow & Juel 2005). De interventie duurde 10 weken en vond 3 keer per week plaats. Een bijeenkomst duurde 45 minuten. Eén leescoach begeleidde een groepje van 3 leerlingen. Er werd gewerkt volgens een vast omschreven programma. De bijeenkomsten hadden per week een vaste opbouw:

  1. Tijdens de eerste bijeenkomst van de week lazen zowel de leescoach als de vmboleerlingen in hun eigen boek. Tijdens de bijeenkomst werd met elkaar gepraat over wat ze lazen, wat er in het boek gebeurde...

  2. Bij de tweede bijeenkomst lag de nadruk op het goed lezen van een tekst. Woorden die moeilijk waren om te lezen en/of te begrijpen werden besproken.

3. Tijdens de derde bijeenkomst werd dezelfde tekst nogmaals gelezen, maar werd er gepraat over de inhoud. De leerlingen beantwoordden samen vragen bij de tekst en vatten de tekst samen. De leescoach kon kiezen uit teksten op 2 moeilijkheidsniveaus. Aan de hand van een korte checklist kon de leescoach besluiten om teksten op een hoger (moeilijker) niveau aan te bieden.

De leescoaches volgden een training ter voorbereiding op het lezen met de vmbo-leerlingen. Gedurende de training kregen de vwo-leerlingen informatie over verschillende aspecten van leesvaardigheid en over de invulling van de leesbijeenkomsten. Tijdens het interventietraject werden de leescoaches een aantal keer geobserveerd bij de leesactiviteiten met de vmbo-leerlingen. Ze kregen tips en aanwijzingen om hun aanpak te verbeteren. Halverwege het traject werd een intervisiebijeenkomst georganiseerd, waarin de leescoaches hun ervaringen konden uitwisselen. De leescoaches hielden een logboek bij, waarin ze na elke bijeenkomst verslag deden van hun activiteiten en hun ervaringen deelden met de individuele leerlingen. Ook hielden ze een absentielijst bij, zodat de intensiteit van het gevolgde traject vastgesteld kan worden.

3

95