Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 27 | Zevenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2013)

Bijdrage: Taaldoelen in alle vakken: van taalontwikkelend vakonderwijs naar competentiegericht onderwijs (Jan Lecocq & Nadja Gilissen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3. Taalonderwijs 12-18

krachten en ondersteunende diensten leveren en niettegenstaande de extra middelen die de overheid heeft geïnvesteerd in het kader van het gelijke onderwijskansenbeleid en andere initiatieven? Maar ook: hoe kunnen wij ervoor zorgen dat onze leerlingen – en daarmee bedoelen we: al onze leerlingen – talig competenter worden, zowel voor het hoger onderwijs als voor de werkvloer?

3

2. Een bijgestelde visie

Een talenbeleid dient twee doelen:

  1. Het moet bijdragen aan de emancipatie van de leerlingen.

Door een gedegen maatschappelijke taalvaardigheid moet het onderwijs alle leerlingen in staat stellen om te functioneren in de samenleving. Leerlingen moeten voldoende taalvaardig zijn om taaltaken uit het dagelijkse leven efficiënt uit te kunnen voeren. Dat gaat verder dan functionele contacten. Leerlingen moeten ook in staat zijn om kranten te lezen, websites van allerlei aard te lezen en te begrijpen en de validiteit ervan te beoordelen.

  1. Het onderwijs moet leerlingen voldoende competent maken om ofwel te slagen in het vervolgonderwijs, ofwel om een plaats te vinden op de arbeidsmarkt.

In deze workshop willen wij ons op het tweede aspect concentreren.

De inspanningen om de taalvaardigheid van de leerlingen te verhogen, zijn doorgaans vooral gefocust op de leerkrachten Nederlands. Dat is deels terecht: alle leerplannen Nederlands streven namelijk de verhoging van de (schoolse) taalvaardigheid na. Toch blijkt uit de meeste talenbeleidsplannen dat ook inspanningen worden verwacht van de zaak- en praktijkvakken. In de inspectierapporten wordt gesproken over ‘Nederlands als instructietaal’, de taal die leerkrachten en leerlingen gebruiken om leerinhouden toe te lichten en te oefenen. In taalgericht vakonderwijs en taalontwikkelend vakonderwijs gaat men nog een stap verder. Daarbij voegen leerkrachten weloverwogen talige doelen aan hun leerinhouden toe en maken ze die dus taliger dan strikt noodzakelijk is. Dat betekent voor heel wat leerkrachten van zaak- en praktijkvakken een belangrijke wending in hun denken. In heel veel gevallen lag de focus van deze leerkrachten op het realiseren van vakgebonden doelstellingen. Omdat taal dikwijls een hinderpaal bleek voor een aantal leerlingen om die leerinhouden te begrijpen, werd de taal zoveel mogelijk uit de lessen geweerd: er werden minder teksten gebruikt, de leerlingen werden minder uitgedaagd tot spreken en schrijven – de invuldidactiek kende ‘hoogdagen’. Of nog: reproductie nam een belangrijke plaats in en inzichts- en denkvragen verdwenen naar de achtergrond. Om het in de terminologie van de leerplandoelen te stellen: er werden veel opdrachten geformuleerd op het beschrijvend niveau, terwijl de verwerkingsniveaus die er echt toe doen, namelijk het structureren-

99