Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 28 | 28ste HSN-CONFERENTIE (2014)

Bijdrage: Moet dat nu echt, die literatuur? (Johan van Iseghem)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

28ste HSN-CONFERENTIE

de vraag welke variabelen nu het best de leesvoorkeuren en leesfrequentie van digi-teens voorspellen: hun multimediagebruik, hun leeftijd, hun sekse, de studierichting die ze volgen, hun culturele achtergrond of het opleidingsniveau van hun ouders. Waar mogelijk, vergelijken we onze resultaten met die van Ghesquiere (1993) en andere recente studies uit Europa en de VS.

Ronde 6

Johan van Iseghem KULAK, KU Leuven

Contact: johan.vaniseghem@kuleuven-kulak.be

Moet dat nu echt, die literatuur?

“um zu sein, was er geträumt, zu tun was er gelesen hat”. (Bloch 1959: 1216)

1. Inleiding

Leerlingen vragen geregeld naar ‘het nut’ van literatuuronderwijs. Leraren argumenteren dan wel dat literatuur “het louter utilitaire overstijgt”, maar dat lijkt capitulatie. Wie het nut betwijfelt, vindt algemene motiveringen zoals “persoonlijkheidsvorming” (S.n 2014: 62), een te vage invulling: de vraag naar een concreter waarom blijft.

Eindtermen en leerplannen hebben uiteraard niet de opdracht om voor literatuuronderwijs een functionele context te bedenken. Toch heeft elke leraar o.i. belang bij een sterkere legitimatie vanuit extra-literaire opportuniteiten. Overigens, nu het onderwijsbeleid steeds vaker technocratische en economische prioriteiten bijvalt, ondergraven we het literatuurvak stelselmatig indien we het antwoord op die vraag schuldig blijven. Er is wél zoiets als ‘nut’, ‘belang’ of zelfs (cf. Otten 2010: 49) ‘noodzaak’ van literatuur. Zonder geaccepteerde inzichten zoals esthetische vorming, cultuuroverdracht, literaire competentie e.a. te minimaliseren, presenteren we ter overweging mogelijke in- en aanvullingen op het ruimere, functionele domein van ontwikkelingsdoelen en vakoverschrijdende competenties.

160