taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Didactiek rond speelfilms in het voortgezet onderwijs (Sjef Klinkenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 109 –

Sjef Klinkenberg

DIDACTIEK ROND SPEELFILMS IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS

INLEIDING

Wie zich ook maar een beetje interesseert voor de wereld van de visuele kunst, kent de naam "Filmfestival van Cannes", wellicht ook de "Biënnale van Venetië". Nationaal en internationaal neemt het aantal filmfestivals toe. Er verschijnen gerenommeerde filmtijdschriften. Het aantal filmhuizen en filmclubs groeit. Kranten, radio en televisie schenken steeds meer aandacht aan de film.

Film, zo zou je kunnen zeggen, is een BELANGRIJKE kunstvorm vandaag de dag. De belangrijkheid ervan is echter omgekeerd evenredig aan de aandacht die er in het onderwijs aan besteed wordt. Zo zijn wij werkzaam aan een letterenfaculteit met totaal ongeveer 70 medewerkers: 15 van hen houden zich bezig met geschiedenis, 15 met beeldende kunst, evengrote aantallen met de verschillende talen, 2 van hen houden zich met film bezig. En dan is, landelijk bekeken, de situatie bij ons nog niet zo slecht.

In deze lezing willen we nader ingaan op de didactiek die met betrekking tot speelfilms gehanteerd wordt in het voortgezet onderwijs.

De volgende vragen stellen we aan de orde:

  •  Vallen er richtingen of stromingen te onderscheiden binnen die didactiek?

  •  Is er een vergelijking mogelijk tussen didactiek met betrekking tot speelfilms en literatuurdidactiek?

  •  Hebben we nog iets aan wat een halve eeuw geleden Reformpedagogiek en Kunsterziehung werd genoemd?

  •  Valt er iets concreets te zeggen over een acceptabele benadering van speelfilms?

WELKE STROMINGEN KUN JE ONDERSCHEIDEN?

Als je in de klassepraktijk wil gaan kijken op welke manier leerkrachten in de klas met speelfilms omgaan, kom je voor een probleem te staan: Weinig leerkrachten doen systematisch iets met speelfilms; hun aktiviteiten beperken zich dikwijl tot het draaien van een speelfilm nadat de roman, waarnaar de film gemaakt werd, behandeld werd. We hebben na enige moeite enkele leerkrachten gevonden die op hun school en in hun klassen systematisch aandacht besteden aan films en bij wie we op school en in de klas mochten observeren en met wie we uitgebreid mochten praten.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties