taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Definities van moedertaalonderwijs in zeven gevalsbeschrijvingen (Bart van der Leeuw & Helge Bonset)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

 

- 129 -

maar indervindt concurrentie van de historische, de literair-sociologische en de receptie-esthetische benaderingen.

In DRAMA VO strijden het grammaticaal-literaire en het individueel-creatieve paradigma om voorrang. Het individueel-creatieve paradigma domineert de retoriek van de docent; hij zegt persoonsvormende zaken als creativiteit en fantasie na te streven en stelt in dramalessen de ontwikkeling van de speler centraal. De lespraktijk is daarentegen sterk beïnvloed door het grammaticaal-literaire paradigma. In de lessen draait het om het optimaliseren van spel, om drama als doel op zich, om toneel als literaire kunstvorm.

In de overige vijf case-studies gaat het in het algemeen steeds om een dominantie-strijd tussen het grammaticaal-literaire paradigma en het communicatieve paradigma. Daarbij tekent het grammaticaal-literaire paradigma zich overal het duidelijkst af in de lespraktijk, terwijl het communicatieve paradigma uitdrukkelijk de retoriek beheerst.

INTRODUCTIE VO handelt onder meer over een taalmethode (retoriek) met expliciet communicatieve doelstellingen. De praktijk van de lessen is echter doordrenkt met traditionele onderwerpen en activiteiten, door ons geïnterpreteerd als behorend tot het grammaticaal-literaire paradigma.

De docent in SCHRIJFVAARDIGHEID MDGO heeft opvattingen (retoriek) over schrijfvaardigheid in de trend van het gedocumenteerd schrijven. Dergelijk schrijfonderwijs behoort onzes inziens tot het communicatieve paradigma. De lespraktijk laat echter overwegend schrijfonderwijs zien in de trend van het traditionele opstel; schrijfonderwijs dat past in het grammaticaal-literaire paradigma.

De vernieuwingsboodschap (retoriek) die in SCHRIJVEN/-SCHOOLWERKPLAN BO wordt geformuleerd, verwijst expliciet naar het communicatieve paradigma: communicatief taalonderwijs en aandacht voor reflectie op taalgebruik. De lespraktijk beantwoordt niet aan die boodschap. Daar is eerder sprake van traditioneel stel-onderwijs. Het draagt kenmerken van het grammaticaal-literaire paradigma.

PROJECTONDERWIJS VO tenslotte beschrijft moedertaalonderwijs als een paraplu voor diverse paradigma's. De retoriek bevat onmiskenbaar elementen van het communicatieve paradigma.

Het trefwoord in de lespraktijk is volgens de onderzoekers echter traditie. Daar domineert het grammaticaal-literaire paradigma.

5. Besluit

De afzonderlijke case-studies geven definities van moedertaalonderwiis in termen van het vakonderdeel dat aan de orde is, in termen van de relatie tussen retoriek en praktijk, en in termen van het vakparadigma. Ook bij de vergelijking van de case-studies biedt de conceptuele drieslag "vakonderdeel", "retoriek/praktijk" en "vakparadigma" een vruchtbaar synthetiserend instrument. De werking van dat instrument en de met dat instrument gevonden definities van moedertaalonderwijs hebben we in deze bijdrage toegelicht.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties