taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Historische romans als sleutel tot vakkenintegratie en multi-mediaal werken (Jos Martens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 139 -

fase lezersreacties. De leerlingen houden bij het lezen individueel een 'leesdagboek' bij, waarin ze losweg hun indrukken in verband met leesbaarheid, geloofwaardigheid van karakters en historische achtergronden optekenen (5). De didactische basisprincipes zijn dus uitdrukkelijk LEERLING-GERICHT en niet leerstof-gericht. Dit heeft consequenties voor de gevolgde werkmethode:

  1. Vertrekken van de indrukken en gevoelens van de leerlingen, zoals ze die uitdrukken in hun leesdagboek - en die respecteren, hoe stuntelig geformuleerd ze in onze ogen ook mogen lijken.

  2. Modulaire opbouw van de stof. Dit wil zeggen: het geheel opdelen in overzichtelijke en opeenvolgende 'leerhappen', die telkens binnen de mogelijkheden liggen van de individuele leerling. Dit geeft als resultaat bij de leerlingen: zelf-bevestigend leren, een positief gevoel en een affectieve betrokkenheid bij hun werk.

Wat met vlugge, verstandige, luie leerlingen? Werken met literatuur biedt een ideale gelegenheid tot binnenklasdifferentiatie volgens moeilijkheidsgraad, hetzij door de aard van de taken, hetzij door de keuze van de boeken. Maar essentieel blijft de aanpak. "Werkvormen zijn geen succesrecepten, zij staan in dienst van leersituaties en die worden mee bepaald door de gehanteerde leiderschapsstijl ... Docenten hebben vaak niet in de gaten dat de manier waarop zij lesgeven belangrijker is dan de stof die zij doceren" (Geschiedenis op school, deel 2, p.22).

PRAKTIJKVOORBEELDEN

1. Rosemary Sutcliff, De Adelaar van het Negende, Den Haag, Leopold, 1965, 3e druk 1982, 282 blz., vertaling Miep Diekmann, illustraties Dick de Wilde.

Schooljaar 1986-1987 vroeg een oud-leerling, Kris van Huynegen, student aan de lerarenopleiding Sint-Thomas, Brussel, raad voor zijn eindwerk. Op basis van zijn eigen positieve ervaringen als leerling, wilde hij graag met een jeugdboek werken in de klas.

Wij adviseerden hem om een boek te nemen, dat paste in het programma geschiedenis, en zo voor de twee vakken van zijn bevoegdheid geïntegreerd te werken. De vakdidactici dr.H.Bousset (Nederlands) en J.Hardy (geschiedenis) gingen accoord. Op onze school, het St.Vincentiuscollege, Bruggenhout (Oost-Vlaanderen) kreegt hij actieve steun van twee collega's geschiedenis en Nederlands, zodat hij van onze ervaring gebruik kon maken (6). Zo werd Kris vermoedelijk de eerste die in Vlaanderen de raad opvolgde die Jacques Vos reeds in 1976 had gegeven! Onderstaande gegevens zijn ontleend aan zijn eindwerk (7).

Het project 'Adelaar' liep in klas 2B, jongens en meisjes, over drie weken, van 19.10 tot 20.11.1987.

Per week werd een thema behandeld. Bij de aanvang kregen de leerlingen telkens een 'menu' met daarop het programma van de week. Per week werden in het totaal 6 lesuren aan het project besteed: 4 uur Nederlands en 2 uur geschiedenis.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties