Doorzoek alle bundels


Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)

Bijdrage: Cultuur overdragen en toch leerlinggericht werken? (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 155 -

5.3. Introductie van het thema yia verfilming.

Vine liet om te beginnen zijn studenten Zeffirelli's verfilming van Romeo and Juliet zien. Hij was benieuwd of dat geen problemen zou geven, want de meeste leraren voelen daar weinig voor, omdat hun ervaring is dat de leerlingen het dan verder wel geloven. Achteraf, na analyse van de tekst, laten ze de film wel zien. Dat Vine's studenten het niet vervelend bleken te vinden om eerst de film te zien, dankte hij mijns inziens vooral aan de motiverende procedure die hij hanteerde.

Het ligt bijna voor de hand dat de leerlingen nu eerst het toneelstuk zelf gaan lezen. Zij krijgen nog in die eerste les de opdracht dit te doen en wel voor de tweede les, veertien dagen later. Deze leesopdracht (ik noem haar A) is gekoppeld aan een leesdagboek ("reading journal"), waaraan de leerlingen gedurende hun lectuur van het stuk moeten werken.

5.4. Eerste benadering: de leesopdracht.

Op een A4 wordt precies aangegeven wat ze te doen hebben bij deze lezing:

Zoek een rustige plek op en lees de tekst hardop. Vermijd de aantekeningen, kijk niet naar het notenapparaat, de uitleg en dergelijke. Het gaat niet om een kritische analyse, maar om het doorleven van de tekst. "Dare to realize that you can understand Shakespeare without having to rely on text notes and critical commentary".

Schrijf zoveel en zo vaak je wil. Wil je na elk tafereel of paar scènes schrijven, doe dat. Prefereer je na elk bedrijf of paar bedrijven te schrijven, ook goed. Mocht je het stuk zó door willen lezen en pas daarna reageren, prima. "Do whatever suits you best".

Voel je vrij om ook eens iets ongewoons op te schrijven, bijvoorbeeld een dialoog met één van de personages, of een gesprek met Shakespeare, een discussie met verschillende aspecten van je eigen persoonlijkheid. Je kunt je ook concentreren op één of twee gebeurtenissen in het stuk om die in je verbeelding en op papier te herscheppen. En misschien wil je wel nagaan hoe je gevoelens en gedachten zijn bij het lezen van het stuk. Eén of vele van deze benaderingen is mogelijk.

Zo biedt Vine zijn studenten en passant allerlei interessante keuzen aan en hij eindigt dan heel precies: "Schrijf tenslotte vijf vragen op over dingen in het stuk waarop je geen antwoord weet en de antwoorden waarin de tekst ten dele voorziet" en: "Produceer tenslotte tenminste zeven pagina's dubbelgespatieerde getypte tekst. (Als je met de pen schrijft, zul je al gauw 20 bladzijden nodig hebbem). Beschrijf slechts één kant van elk vel papier. Breng twee kopieën van je leesdagboek mee naar de les om op 1 april te delen en in te leveren".

Wat deed de docent met de vragen van de studenten, wat met de leesdagboeken zelf? De leesdagboeken bleken als basis te dienen voor een klassegesprek over de voornaamste elementen van het