taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Om Janneke en Mieke Nederlands te leren, moet je eerst Janneken en Mieke kennen (Jos van der Poel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 169 -

Toch leek de studie van de persoonskenmerken van de leerling erg rendabel voor Nederlands. Daarom moest er tijd voor gevonden worden.

Met enkele collega's werden afspraken over een observatie van leerlinggedragingen gemaakt. We wilden zoveel mogelijk S.O.*- leerlingen bevragen, opzettelijk en toevallig, mondeling en schriftelijk.

Onderwerp was telkens henzelf, hun achterban, hun vooropleiding en hun derde-milieu. Na een maand hadden we van de meeste leerlingen een heel wat rijker en gevarieerder beeld dan voorheen. Vooral de observaties buiten de lessen, tijdens de pauze, in de eetzaal, bij sport en expressief spel, tijdens bosklassen en uitstapjes hadden veel informatie opgebracht.

Onze leerlingen konden grosso modo volgens de schoolgraden ingedeeld worden. De eerstejaars waren begin september nog wel iets kinderlijker; de laatstejaars distantieerden zich sneller van de vijfdejaars dan wij verwacht hadden, maar hun beginsituaties leken op elkaar, voor zover het de leeftijdsgroepen en de studierichtingen betrof. Verder waren er soms grote inter- en intra-individuele verschillen in aanleg, voorkennis, tempo en belangstelling. Ze ontstonden en werden dagelijks gevoed door het sociaal-economische milieu, de gezinssituatie en het derde-milieu.

Zoals Geerligs en Van der Veen al gesteld hadden, was er een grote potentiële beginsituatie.

Onze leerlingen, meisjes en jongens, waren bepaald door hun:

  •  leeftijd en sexe, aangeboren intelligentie, belangstelling en sociaal gedrag,

  •  schoolvorderingen, voor- en buitenschoolse ervaringen,

  •  werkhouding, leermethode en tempo, motivatie en creativiteit,

  •  taalbeheersing in alle vaardigheidsuitingen,

  •  zelfstandigheid, zelfbeeld, fysieke conditie (jongens) en aantrekkelijkheid (meisjes).

Om hen zo efficiënt mogelijk naar de doelstellingen toe te sturen via de meest adequate didactische werkvormen, moest ik van die potentiële beginsituatie gebruik maken.

Hoe kon een leerling vaardig leren schrijven als ik geen rekening hield met zijn leeftijd, sexe, aangeboren intelligentie, belangstelling en sociaal gedrag? Hoe kon ik een andere leerling beter leren spreken als ik geen informatie over zijn schoolvorderingen, zijn voor- en buitenschoolse ervaringen had?

Ik legde dus een soort privédossier in functie van Nederlands aan.

Hoofdbrok was het hoofdstuk: persoonlijke gegevens; een arbeidsintensief stuk werk, handarbeid, want op school kon ik niet over de computer beschikken. Verder was er ruimte om de vaardigheden te vermelden, de stand van zaken bij het begin van het schooljaar, de diagnoses en de remediëringen in de loop van het schooljaar en het bereikte einddoel. Mooi op papier, vooral zolang er niets genoteerd werd. Na enkele weken: een kleurige wirwar van losse notities, ook gevolg van arbeidsintensief werk, tasten en zoeken, want het mocht geen PMS-dossier worden.

 

 

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties