taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Volledige tweetaligheid: een realistische einddoelstelling voor leerlingen van autochtone en allochtone taalminderheden (Alex Riemersma)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 179 -

Trouwens, alleen al door af te wijken van de gangbare term "onderdompeling" geeft de ARBO aan nattigheid te voelen met zijn advies. Ik ben bang, dat de kinderen die straks op grond van dit advies ondergedompeld zullen worden, niet leren taalzwemmen, maar sprakeloos zullen verzuipen.

Het Canadese model van "immersion"-onderwijs in Montreal leert ons, dat die onderdompeling van engelstalige leerlingen in het Frans wel succesvol verloopt, omdat het Engels buiten het onderwijs zo veel gebruikt wordt dat het bij de leerlingen voldoende status heeft om zich te handhaven. Enige uren per week onderwijs in het Engels als vak is in die situatie dan ook voldoende. Het omdraaien van het onderdompelingsmodel zou voor de moedertaal van de franstalige leerlingen echter ernstige negatieve gevolgen hebben, omdat zelfs in Quebec het Frans op de tweede plaats komt (Boelens 1973, 42; Lambert & Tucker 1972). De ARBO heeft die informatie ook wel, maar gaat er kennelijk OT redenen van beheersbaarheid van het beleid aan voorbij.

Naar mijn mening ligt de kern van het didactische en daarmee ook van het beleids-probleem in een verkeerde voorstelling van het verwerven van de moedertaal in tegenstelling tot het leren van een tweede taal.

Veel ouders, leraren en andere vertegenwoordigers van de publieke opinie gaan ervan uit dat tweetalige kinderen twee onafhankelijke taalcomputers in hun hoofd hebben; de ene zorgt ervoor, dat het. kind netjes Frans en de ander dat hij keurig Vlaams spreekt. Tussen die twee systemen is geen verbinding, je zou ze kunnen tekenen als twee losstaande pyramides. Uitgaande van die redenering is het onderwijs in de ene taal een belemmering voor de beheersing van de andere taal en steunt het onderwijs in taal Y de beheersing van taal X niet. Die redenering gaat echter voorbij aan de gemeenschappelijke basis, de competente oftewel de talenknobbel in de hersens van de leerlingen. Het is voor U allen een ervaringsfeit, dat U bij het leren van weer een vreemde taal gebruik maakt van reeds beschikbare fonologische, morfologische, syntaktische en pragmatische taalregels. Alleen de losse woordjes zijn volledig "nieuw". Talen hebben dus veel meer gemeenschappelijk dan je oppervlakkig zou denken. In plaats van pyramides kun je beter twee ijsbergen tekenen, waarvan alleen de losstaande toppen boven het water zichtbaar zijn, maar die onder water met elkaar een grote ijsmassa vormen. Jim Cummins heeft daarvoor de term 'underlying linguistic proficiency' geïntroduceerd. Hij concludeert, dat tweetalig onderwijs de beheersing van beide talen bevordert. Onderwijs in de minderheidstaal aan kinderen die thuis een meerderheidstaal spreken bevordert de beheersing van beide talen; Boelens spreekt in dat geval in navolging van Lambert van "vermeerderende tweetaligheid". Andersom geldt dat het onderdompelen in de meerderheidstaal en het achterwege laten van onderwijs in de minderheidstaal leidt tot "verminderende tweetaligheid": kinderen die thuis een minderheidstaal spreken

worden er onzeker door, leren de eigen moedertaal als minderwaardig te beschouwen en kunnen mede daardoor de tweede taal niet goed leren beheersen (De Jong en Meestringa 1983, p. 18).

lij

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties