taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Basisvorming en eindtermen (Jan Verbeek)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 2 -

De opdracht aan de commissie is tweeledig:

  •     zij dient eindtermen te formuleren op twee niveaus (tot januari 1989 de belangrijkste opdracht);

  •     na die periode geeft de commissie adviezen voor yerdere ontwikkeling van leerplannen, leermiddelen en toetsen en scholing van docenten.

Het eindtermenontwerp gaat in de vorm van een advies naar de minister. Deze beslist over openbaarmaking en het opnemen van de eindtermen in de wet. Uiteraard na zijn eigen adviesorganen gehoord te hebben.

Omdat het een operatie voor 14 vakken betreft heeft de minister het noodzakelijk gevonden richtlijnen voor de samenstelling van het ontwerp mee te geven omdat anders per commissie te grote verschillen zouden kunnen ontstaan.

De belangrijkste richtlijnen zijn de volgende:

Richtlijn voor de inhoudelijke invulling van de eindtermen dient het WRR-advies over de Basisvorming te zijn. Niet naar de letter, wel naar de geest.

  •     Eindtermen moeten de kwaliteiten van leerlingen beschrijven op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden. Ze mogen dus niet geformuleerd worden in termen van een onderwijsaanbod.

  •     Eindtermen mogen niet dekkend zijn voor het totale onderwijsaanbod in de school. Per school, maar ook in elk vak moet er sprake zijn van een vrije ruimte.

Eindtermen dienen zo concreet geformuleerd te worden dat ze een hanteerbaar instrument worden voor toetsontwikkelaars. Van elke eindterm dient aangegeven te worden of deze in aanmerking komt voor afsluiting met een landelijke toets. Het gebruik maken van deze toetsen is verplicht voor de scholen. Het maken van de toetsen wordt aan het CITO opgedragen.

  •     De eerste ingang voor de formulering van de eindtermen moet gezocht worden in de bestaande vakinhouden. Ze dienen echter ook als instrument voor vakinhoudelijke vernieuwingen.

  •     Eindtermen moeten op twee niveaus geformuleerd worden, waarbij het hoger niveau het lager insluit. Voor het algemeen niveau geeft de overheid als indicatie het B+ niveau aan. Voor het hoger niveau geeft de overheid als indicatie het D niveau aan.

80% van de leerlingen moet de eindtermen op het algemeen niveau kunnen halen. Voor 40% van de leerlingen moet het hoger niveau bereikbaar zijn.

Sommige van deze richtlijnen hebben een schijn van exactheid, maar blijken bij nadere bestudering nauwelijks bruikbaar als duidelijk criterium bij de formulering van eindtermen en plaatsten de commissie voor de nodige interpretatieproblemen. Een deel van die interpretatieproblemen kon worden opgelost doordat CITO en SLO in een gezamenlijke nota de richtlijnen

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties