taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 3 | Derde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1988)


Bijdrage: Workshop tekstschrijven (Cor Vlasman)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- 229 -

Deze eerste les in de tweede klas gaat eryan uit:

* dat leerlingen in de vakantie het één en ander vergeten zijn;

* en dat niet alle leerlingen van de verschillende docenten alles geleerd hebben.

SCHRIJFSTRATEGIE, eerste deel

(A) De leerlingen lezen aandachtig de tekst over Gouda (zie bijlage 1)

(B) Zij maken daarna de volgende opdrachten:

- Geef met een paar woorden aan, waar de vier alinea's over gaan.

---- Bekijk of de schrijver aan het begin van elke alinea een kernzin gebruikt om aan te geven waar de alinea over gaat.

---- De schrijver geeft in de eerste alinea informatie over de ligging en de geschiedenis van Gouda. In de laatste twee zinnen van die alinea probeert hij de lezers "lekker" te maken voor een bezoek aan deze stad. Hoe vind jij deze inleiding?

(C) Iedere leerling gaat nu zo'n zelfde soort tekst schrijven met als onderwerp een stad (dorp) of streek, die hij goed heeft leren kennen tijdens een vakantie.

De inhoud van deze tekst moet interessant zijn voor de klasgenoten: zij gaan elkaars teksten lezen.

(D) Elke leerling noteert minstens acht onderwerpjes, waar hij een alinea over kan schrijven.

(E) 1. Elke leerling kiest hiervan de vier onderwerpjes uit, waarvan hij denkt, dat zijn klasgenoten die het interessantste zullen vinden. Dit worden de kernalinea's.

  1.  Elke leerling geeft door nummers aan in welke volgorde hij die onderwerpjes wil bespreken.

  2.  Hij bepaalt ook, wat hij in de inleiding wil meedelen.

(F) De leerlingen maken het schrijfschema (zie bijlage 2).

--- Zij maken eerst het schema-formulier in twee kolommen.

--- Zij zetten in de linkerkolom waar de alinea's over gaan en doen dat in de volgorde die zij. bij El hebben bepaald.

- Elke leerling zet in de rechterkolom bij elke alinea minstens vijf onderwerpjes, die hij als toelichting kan gebruiken. Ieder doet dit zo vlot mogelijk: de volgorde is nog niet belangrijk; niet alles wat een leerling opschrijft, moet hij later gebruiken; als hij met een alinea nog niet tot vijf kan komen, gaat hij alvast door met een andere alinea.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties